Skip to main content

Auteur: Frank van Nijkerken

Adviseur Elles Vervloet blikt terug op eerste maanden

Sinds 1 januari 2024 is Elles Vervloet aan de slag als adviseur organisatieontwikkeling bij Arena Consulting. We zijn inmiddels acht maanden onderweg. Tijd om terug te blikken op haar eerste periode.

 

Elles: “Ik heb hiervoor drie jaar bij een gemeente gewerkt. Daar was ik vooral actief met programma’s en projecten binnen de dienstverlening en organisatieontwikkeling. Voor mij is er een nieuwe wereld opengegaan, omdat ik bij Arena Consulting mij vooral focus op het ruimtelijke domein. Ik merk dat ik het erg interessant vind en ik leer veel. Tot nu toe bevallen mijn werkzaamheden mij uitstekend.”

 

Waar ben je zoal mee bezig? “Het is zeer divers en uiteenlopend. Ik heb meegewerkt aan vraagstukken rondom VOG-beleid en VTH-beleidsplannen. Ik ondersteun mijn collega adviseurs op diverse trajecten. Daarnaast werk ik voor het Interprovinciaal Overleg (IPO).”

 

De afwisseling in de werkzaamheden spreken Elles in het bijzonder aan. “Het is uitdagend om telkens te schakelen op diverse thema’s en onderwerpen. Ik werk voor lokale, regionale, provinciale en landelijke opdrachtgevers. Zo zie ik hoe landelijke regels tot stand komen en wat de werking ervan op lokaal niveau is. Ik leer vooral veel nieuwe dingen op het moment. En dat echt in de breedste zin van het woord. Denk aan inhoudelijke thema’s, functies, rollen en organisatieculturen. Verder denk ik ook intern mee over de eigen organisatie en hoe we dingen samen oppakken binnen Arena Consulting. Dat maakt het erg interessant, boeiend en leuk.”

 

Hoe zie je de komende maanden? “Ik ben nog relatief nieuw binnen onze organisatie. Ik heb zin om door te gaan met de zaken waar ik mee bezig ben, het ontdekken en mijzelf ontwikkelen Er starten weer een aantal nieuwe opdrachten na de zomer. Ik ga deze vol enthousiasme mee oppakken. Ik ben benieuwd wat alle nieuwe ontwikkelingen gaan brengen.”

 

Elles Vervloet is een enthousiaste adviseur. Zij studeerde Geschiedenis in Nijmegen en volgde de Master European Studies – identity and integration in Amsterdam. Elles werkte drie jaar bij een gemeente. Per 1 januari 2024 werkt zij als adviseur organisatieontwikkeling bij Arena Consulting. Elles is te bereiken via vervloet@arenaconsulting.nl. Meer informatie via Linkedin en via Elles Vervloet.

Quickscan financiering omgevingsdiensten

De wijze van financiering is nu per omgevingsdienst verschillend. De (her)inrichting van de financiering past binnen de verbeteracties die door de commissie Van Aartsen in de rapportage ‘Om de Leefomgeving’  zijn opgenomen. De verwachting is dat omgevingsdiensten met (onderdelen van) de systematiek aan de slag gaan. Bij veel diensten zijn onderdelen van de systematiek al naar tevredenheid in gebruik. Daar zijn de stappen minder groot. Bij enkele omgevingsdiensten hebben de stappen meer impact.

 

Wat levert de quickscan op?

Met de quickscan financiering omgevingsdiensten geeft een omgevingsdienst opvolging aan een van de belangrijke resultaten uit het IBP programma Versterking VTH. De quickscan vertaalt de landelijke systematiek voor financiering naar de regionale situatie, waardoor de keuzen op maat zijn en de vervolgstappen duidelijk worden.

De quickscan geeft de regio (omgevingsdienst en deelnemers) inzicht in:

  • de opbrengsten (meerwaarde) van de systematiek: inzicht in wat de systematiek voor de regio oplevert.
  • de keuzemogelijkheden en de consequenties van deze keuzen, zodat een goed besluit kan worden genomen over het al dan niet implementeren van onderdelen van de systematiek.
  • de opgaven van de regio om de voorgestelde financieringssystematiek te implementeren.

De quickscan helpt de regio bij de discussies over de financiering van de VTH-taakuitvoering door de omgevingsdienst.

 

Inhoud van de quickscan

De quickscan is een eenvoudige manier om het landelijke voorkeursmodel te spiegelen aan de huidige situatie van financiering van de omgevingsdienst.

De uitkomsten worden gebruikt voor overleggen binnen de directie/het management van de omgevingsdienst (interne consultatie) en overleggen met deelnemers (externe consultatie). Op basis van deze consultatie kan de implementatiestrategie bepaald worden, waarin de keuzen zijn opgenomen en onderbouwd, de consequenties in beeld zijn gebracht én de aanpak voor de implementatie wordt beschreven.

In de quickscan wordt op alle aspecten uit de rapportage <em>Financieringssystematiek omgevingsdiensten</em> ingegaan. Daarbij wordt  onderscheid gemaakt in de financiering van de basistaken, plustaken, projecten en bedrijfsvoering. Onderscheid wordt gemaakt in (1) de stappen die al op korte termijn kunnen worden gezet en (2) de stappen waarvoor gewacht moet worden op de afspraken en producten op stelselniveau.

 

Voor wie is de quickscan?

De quickscan is voor regio’s (omgevingsdiensten en haar deelnemers) die objectief inzicht willen hebben in de opbrengsten (meerwaarde), keuzemogelijkheden en consequenties van het landelijke voorkeursmodel voor financiering ten opzichte van de huidige situatie.

De uitkomst van de quickscan wordt gerapporteerd aan het hoofd bedrijfsvoering/controller van de omgevingsdienst. Hij/zij kan deze gebruiken om het gesprek te voeren met MT/Directie en opdrachtgeversoverleg/DB/AB over de toekomstige wijze van financiering van de dienst.

 

Werkwijze quickscan

De quickscan wordt uitgevoerd door ervaren adviseurs die ook de rapportage Financieringssystematiek omgevingsdiensten hebben opgesteld. In een periode van ongeveer 3 weken vinden de volgende werkzaamheden plaats:

  1. Gesprek(ken) met hoofd bedrijfsvoering/controller en indien wenselijk met voorzitter/afvaardiging ambtelijk opdrachtgeversoverleg.
  2. Documentanalyse van Gemeenschappelijke regeling, financiële regelingen, Dienstverleningsovereenkomst, U&H strategie (VTH-beleid), PDC, begroting en jaarrekening.
  3. Uitwerking van concept rapportage quickscan en bespreking hiervan met hoofd bedrijfsvoering/controller.
  4. Definitieve uitwerking van rapportage quickscan.

Op verzoek kan ondersteuning bij de consultatie met directie/MT en deelnemers, besluitvorming, opstellen van de implementatiestrategie en de implementatie plaatsvinden.

Uitvoering van de quickscan vindt plaats door een team bestaande uit John RayerMarc van den HeuvelEvert Bovens en Paul Huigens.

 

Relatie met ‘Handreiking regionale beleidscyclus’

Binnen het IBP versterking VTH is ook de Handreiking regionale beleidscyclus opgeleverd. Er is een directe relatie met de financieringssystematiek. De financiering van de omgevingsdiensten dient immers gebaseerd te zijn op de opgaven in de regio. Het uitvoeringsniveau (intensiteit, diepgang en frequentie van de taakuitvoering) van de opgaven in de regio is beschreven in de U&H-strategie. In de quickscan wordt ook gekeken of de U&H-strategie voldoende kader bevat om de financiering te laten aansluiten op de regionale opgaven.

 

Kosten voor de quickscan

De quickscan kunnen we aan een omgevingsdienst aanbieden voor € 5.950,- excl. BTW. Stuur een email naar rayer@arenaconsulting.nl voor meer informatie.

De adviseurs van Arena Consulting en Buiten Organisatieadvies hebben, gevoed door de IBP-werkgroep Financiering, de rapportage ‘Financieringssystematiek omgevingsdiensten’ opgesteld. De volledige rapportage en een samenvatting vind je op de website van het IBP programma Versterking VTH.

Meer weten over Omgevingsdiensten

Organisatie Collectivisering Omgevingswet

De afgelopen jaren is de overtuiging gegroeid dat gemeenten meer en intensiever moeten samenwerken, processen eenduidig inrichten en dat zij meer moeten aansturen op realisatie en gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen. Het streven is dat gemeenten zaken waarop zij zich niet onderscheiden gezamenlijk of collectief gaan doen. Bij de invoering van de omgevingswet wordt nadrukkelijk gekeken hoe collectivisering de gemeenten kan ontzorgen en kan bijdragen aan een efficiënte en effectieve invoering van de wet. Opdracht is de mogelijkheden voor governance (inrichting, besturing, financiering) van de gewenste collectiviteit vorm te geven en hierover bestuurlijke besluitvorming voor te bereiden.

Meer informatie: Frank van Nijkerken

Outputfinanciering RUD Noord-Holland Noord

De RUD NHN werkt geleidelijk toe naar een outputmodel waarbij de RUD NHN zoveel mogelijk op basis van geleverde prestaties en afgenomen producten wordt gefinancierd. Arena Consulting heeft een conceptueel kader voor outputsturing en -financiering opgesteld waarmee het gesprek met de deelnemers van de RUD NHN plaatsvindt.

Meer informatie: Frank van Nijkerken

Herijking Bonus/Malus-regeling WerkSaam Westfriesland

Bij de vorming van Werksaam Westfriesland is overeengekomen om de “regeling bijdragen gemeenten aan commerciële activiteiten” overeen te komen. Deze regeling is ook bekend als de “bonus/malus regeling”. Arena Consulting heeft de regeling herijkt zodat
• Het werkaanbod van voldoende (leer)werkplekken voor doelgroepen wordt gestimuleerd
• Een financiële prikkel voor gemeenten aanwezig is
• ‘Free-rider’ gedrag van gemeenten wordt voorkomen
• Toegevoegde waarde voor WerkSaam wordt gerealiseerd ter dekking van een deel van de uitvoeringskosten

Meer informatie: Marc van den Heuvel en Frank van Nijkerken

Strategiebrief Omgevingsdienst Veluwe IJssel

De OVIJ bestaat 5 jaar. De ambitie is een (verdere) verbetering van de dienstverlening aan de deelnemers en de organisatie aan te laten sluiten bij – ontwikkelingen in – de omgeving. Arena Consulting heeft het management begeleid bij de ontwikkeling van de strategiebrief voor de komende 5 jaren.

Meer informatie: Frank van Nijkerken

Deel 3 – De Omgevingswet en omzet van Omgevingsdiensten

Leidt de Omgevingswet tot een hernieuwde discussie over het takenpakket en de positie van Omgevingsdiensten? Het zou zo maar kunnen. Maar wat is de huidige situatie? Arena Consulting onderzocht de aard en omvang van het takenpakket van de OD’s in Nederland. In een aantal korte publicaties informeren we u hierover. In deze – derde – publicatie gaan we in op het taakvolume van OD’s en wat de invloed van de Omgevingswet hierop is. In de laatste publicatie staan we stil bij het toekomstperspectief van OD’s in het Omgevingswettijdperk.

Laat ons weten als u vragen, opmerkingen of toevoegingen heeft. Dan verwerken we dit in de laatste publicaties.

Lees hier deel 1 van het artikel – De Omgevingswet en het huidige takenpakket van Omgevingsdiensten

Lees hier deel 2 van het artikel – De Omgevingswet en de gemeentelijke bouwtaken van Omgevingsdiensten

 

Omzet OD’s: bijna een half miljard euro

In de eerste publicatie constateerden we dat er grote verschillen bestaan in het takenpakket van de Omgevingsdiensten (OD’s) en dat de meeste OD’s vooral milieudiensten zijn. In de tweede publicatie concludeerden we dat slechts 5% van de gemeentelijke bouwtaken door OD’s worden uitgevoerd. En dat – op een enkele uitzondering na – het gemeentelijke takenpakket van de OD’s niet is gewijzigd sinds de oprichting.

Op basis van de begrotingen 2017 bedraagt de omzet van de OD’s € 450 mln . Dit is het totaal voor alle opgedragen taken, dus niet alleen de wettelijk verplichte basistaken. De grootste is de DCMR Rijnmond met een omzet van € 57 mln, de kleinste is de OD Noord-Veluwe met een omzet van € 3,9 mln. De verdeling van de € 450 mln over de type taken ziet er als volgt uit.

 

OD’s sterk afhankelijk van provincie als opdrachtgever

Een kwart van de omzet van de OD’s komt voor rekening van de provincies.

Het aandeel van de provincies is € 117 mln. Dit aandeel was een paar jaar geleden nog groter. De bevoegdheidsherverdeling heeft ertoe geleid dat € 47 mln is overgeheveld van het provinciefonds naar het gemeentefonds. Er zijn vier OD’s die voor 50% of meer van de omzet afhankelijk zijn van de provincie.

 

Invloed Omgevingswet op omzet OD’s

In de 2e publicatie over de bouwtaken constateerden we al dat met de Omgevingswet sprake zal zijn van verschuiving van vergunningverlening naar toezicht & handhaving en er een andere rolinvulling van de VTH-ers gevraagd wordt. Dit leidt echter niet tot een omzettoename, misschien zelfs wel een afname. Of er ook meer taken aan de OD’s worden opgedragen, bijvoorbeeld bouwtaken, is koffiedik kijken. In onze optiek hangt dit minder samen met de Omgevingswet maar is van andere factoren afhankelijk, met name het presteren van de OD zelf. We zien kansen voor OD’s die in staat zijn om (op maat) te adviseren over lokale en regionale implicaties van majeure maatschappelijke ontwikkelingen zoals energietransitie, circulaire economie, gezondheid, gasloos bouwen e.d. Voor een stabilisatie of juist groei van de omzet lijkt een tweesporen- benadering zinvol: optimaliseren van de basisdienstverlening (VTH) en investeren in kansrijke adviesthema’s (energie, duurzaamheid, lucht/stof e.d.).

 

Meer informatie: Frank van Nijkerken

Lees hier deel 1 van het artikel – De Omgevingswet en het huidige takenpakket van Omgevingsdiensten

Lees hier deel 2 van het artikel – De Omgevingswet en de gemeentelijke bouwtaken van Omgevingsdiensten

Meer weten over de Omgevingswet 2022?

Deel 1: De Omgevingswet en het huidige takenpakket van Omgevingsdiensten

Leidt de Omgevingswet tot een hernieuwde discussie over het takenpakket en de positie van Omgevingsdiensten? Het zou zo maar kunnen. Maar wat is de situatie anno 2017? Arena Consulting onderzocht de aard en omvang van het takenpakket van de OD’s in Nederland. In een aantal korte publicaties informeren we u hierover. In deze – eerste – publicatie staan we stil bij het huidige takenpakket van de Omgevingsdiensten.

Laat ons weten als u vragen, opmerkingen of toevoegingen heeft. Dan verwerken we dit in de komende publicaties.

Lees hier deel 2 van het artikel – De Omgevingswet en de gemeentelijke bouwtaken van Omgevingsdiensten

Lees hier deel 3 van het artikel – De Omgevingswet en de omzet van Omgevingsdiensten

Grote verschillen in takenpakketten van OD’s
Er zijn 29 Omgevingsdiensten in Nederland die minimaal het wettelijk verplichte basistakenpakket (milieu) voor gemeenten en provincies (en in twee OD’s ook waterschappen) uitvoeren. Zes noemen zich Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s), de overige 23 hebben Omgevingsdienst als naamgeving aangenomen. Er is verschil in het takenpakket tussen RUD’s en OD’s. Zeker, maar er kan niet worden gesteld dat het takenpakket van RUD’s per definitie beperkter is dan OD’s. Het verschilt namelijk sterk per RUD/OD. Wat zien we?

  • Zoals bekend zijn zes diensten (wettelijk) belast met de uitvoering van de BRZO-taken.
  • Alle diensten voeren eigenlijk alle VTH-milieutaken (inclusief basistaken) uit, vaak aangevuld met overige milieutaken (bijvoorbeeld duurzaamheid, energie).
  • De helft van de diensten verricht alleen milieutaken uit en zijn daarmee feitelijk regionale milieudiensten (RMD’s).
  • De andere helft voert ook de overige Wabo- (m.n. Bouwen) en eventueel aanverwante taken (APV, Drank- en Horeca e.d.) uit. Bij de meeste van deze diensten wordt dit maar voor een beperkt aantal gemeenten gedaan. Drie diensten (De Vallei, Rivierenland en Midden-Holland) voeren voor (het merendeel van alle) deelnemende gemeenten ook de overige Wabo-taken uit.
  • 7 van de 12 provincies hebben ook nagenoeg alle zogenaamde VTH-plustaken aan de diensten opgedragen. Dit zijn VTH-taken op het terrein van Waterwet, Zwemwater en Badinrichtingen, Groene wetten, Luchtvaart en Ontgrondingen.

De OD’s verschillen nogal van elkaar als het gaat om het takenpakket. Vanuit gemeentelijk perspectief is de diversiteit nog groter. Ook binnen het verzorgingsgebied van een OD zijn er verschillen. Bij de oprichting van de OD’s / RUD’s zijn in veel regio’s discussies gevoerd en initiatieven ontplooid om gelijke takenpakketten op te dragen. Uiteraard is dit gelukt voor het basistakenpakket omdat hier sprake is van een wettelijke verplichting (hoewel nog steeds discussies lopen over de exacte reikwijdte van het basistakenpakket). Bij de meeste OD’s is echter geen sprake van een gelijk takenpakket voor de deelnemende gemeenten.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][vc_accordion_tab title=”Is de diversiteit in het takenpakket erg?”][vc_column_text]De verschillen tussen de OD’s zijn deels gevolg zijn van ander type opgaven, andere manier van organiseren taken, politiek bestuurlijke keuzes, ‘gedoe’ etc.  Kortom, het resultaat van het proces dat op regionaal niveau heeft plaats gevonden. De diversiteit tussen OD’s is daarmee voor de individuele OD waarschijnlijk niet erg. Mag ook niet problematisch zijn. Een professionele ‘dienstverlener’ moet in staat zijn met die verschillen te kunnen dealen. Verschillen binnen een regio van de OD zijn natuurlijk niet bevorderlijk voor de doelmatigheid. In de financiële cijfers zien we dit verschil eigenlijk niet terug.

Vanuit een ander gezichtspunt kunnen de verschillen in het takenpakket tussen de OD’s wel belemmerend zijn. Als ‘landelijk’ (bijvoorbeeld ministerie of koepels) bijvoorbeeld de opvatting bestaat dat meer uniformiteit in de OD’s wenselijk is voor een adequate uitvoering van de Omgevingswet. In dat geval – en niet ondenkbeeldig – is de transformatieopgave naar een ‘OD in het Omgevingswet-tijdperk’ een aanzienlijke. Zeker als we daar het aandeel Wabo-/Bouw-taken in ogenschouw nemen. In de volgende publicatie gaan we hier verder op in.

Meer informatie:
Frank van Nijkerken

Lees hier deel 2 van het artikel – De Omgevingswet en de gemeentelijke bouwtaken van Omgevingsdiensten

Lees hier deel 3 van het artikel – De Omgevingswet en de omzet van Omgevingsdiensten

Deel 2: De Omgevingswet en de gemeentelijke bouwtaken van Omgevingsdiensten

Leidt de Omgevingswet tot een hernieuwde discussie over het takenpakket en de positie van Omgevingsdiensten (OD’s)? Het zou zo maar kunnen. Maar wat is de situatie anno 2017? Arena Consulting onderzocht de aard en omvang van het takenpakket van de OD’s in Nederland. In een aantal korte publicaties informeren we u hierover. In de eerste publicatie gingen we in op het takenpakket van omgevingsdiensten in relatie tot de Omgevingswet. In deze – tweede – publicatie gaan we in op de gemeentelijke bouwtaken en in welke mate deze door Omgevingsdiensten worden uitgevoerd. In de volgende publicaties staan we stil bij in ieder geval de omzet, de ontwikkeling, het toekomstperspectief van OD’s. 

Laat ons weten als u vragen, opmerkingen of toevoegingen heeft. Dan verwerken we dit in de komende publicaties. 

Lees hier deel 1 van het artikel – De Omgevingswet en het huidige takenpakket van Omgevingsdiensten

Lees hier deel 3 van het artikel – De Omgevingswet en de omzet van Omgevingsdiensten

In de eerste publicatie constateerden we dat er grote verschillen bestaan in het takenpakket van de Omgevingsdiensten (OD’s) en stonden we stil bij de vraag of dit erg is. De helft van alle OD’s zijn vooral milieudiensten. De andere helft verrichten ook de overige Wabo-taken en/of provinciale VTH taken (op terrein van natuur, water e.d.). Slechts drie OD’s kunnen zich – op basis van het takenpakket – volledige Wabo-brede Omgevingsdiensten noemen. 15% van de Nederlandse gemeenten heeft naast de VTH-milieutaken ook de overige VTH-Wabo-taken (in het bijzonder de VTH-bouwtaken) aan de OD opgedragen.  Wat voor type gemeenten hebben dit gedaan?

  • De grote steden als Amsterdam, Arnhem, Dordrecht en Nijmegen.
  • Een beperkt aantal middelgrote gemeenten (o.a. Gouda, Ede, Wageningen).
  • Voor de rest de kleine gemeenten

Hierin is moeilijk een patroon uit af te leiden. In geval van Amsterdam, Dordrecht en Gouda hadden zij hun taken al bij de regionale milieu- en bouwdienst ondergebracht voordat de oprichting van de OD een verplichting werd. Dit geldt niet voor de gemeenten Arnhem, Nijmegen, Ede en Wageningen. Deze gemeenten maken deel uit van de OD’s die samen het Gelders Stelsel vormen. Blijkbaar gaat hiervan een stimulerende werking uit als het gaat om ook Wabo-brede taken in te brengen.

Er leeft nog wel eens het beeld dat veel gemeenten hun bouwtaken bij de OD’s hebben belegd. Dat valt dus wel mee (of tegen, afhankelijk hoe je dit waardeert). Zeker als je rekening houdt met gegeven dat van in totaal 59 ook de gemeenten in de netwerk RUD Limburg Noord zijn meegenomen; in deze regio vindt onderlinge uitwisseling van taken of capaciteit plaats indien hier noodzaak toe is. De VTH-Wabo-taken (dit dus breder dan alleen de bouwtaken) maakt 8% uit (€ 36 mln) van de totale omzet van de OD’s in Nederland.

Even een grove berekening. Stel, de OD’s voeren voor € 25 mln aan bouwtaken uit. De bouwleges bedragen € 390 mln. Niet alle bouwtaken mogen worden bekostigd uit de bouwleges en de leges zijn niet in alle gemeenten 100% kostendekkend. Laten we dan aannemen dat de omvang van de gemeentelijke bouwtaken ongeveer € 500 mln is. Volgens deze berekening wordt dan 95% van de bouwtaken door gemeenten uitgevoerd en slechts 5% door de OD’s.
Misschien was in de afgelopen jaren juist een toename van het aantal gemeenten dat hun bouwtaken heeft ingebracht in de OD? Deze ontwikkeling is echter niet te zien. Op een enkele uitzondering na, is het gemeentelijke takenpakket van de OD’s niet gewijzigd sinds de oprichting. Dit heeft te maken met:

  1. De ruimte en het sentiment waren niet aanwezig. Veel OD’s hadden de (noodzakelijke) focus op het op orde krijgen van de interne organisatie. Er was veel ‘intern’ werk te doen; qua financiën (sluitende begrotingen), bedrijfsprocessen en informatievoorziening (adequate registraties en zaakgericht werken), qua personeel (‘cultuurvorming’), het komen tot een stabiel governance model (rol en positie directie/bestuur, invulling opdrachtgeverschap en accountmanagement).
  2. Het achterwege blijven van de wettelijke verplichting van de kwaliteitscriteria kritieke massa voor alle Wabo-VTH-taken heeft de discussie over ook ‘uitplaatsen’ van bouwtaken doen verstommen.
  3. De pas op de plaats die is gemaakt als gevolg van onzekerheid en onduidelijkheid over toekomstige wetgeving. De Wet private kwaliteitsborging “bleef hangen” (en inmiddels niet door de 1e Kamer aangenomen) en gemeenten hebben nog geen grip op wat de Omgevingswet voor het takenpakket en de rol van de OD’s betekent.

Ja, dat is wel de verwachting als het gaat om de wijze waarop de taken moeten uitgevoerd; er moet een omslag van taakgericht naar resultaatgericht plaatsvinden. Adviseren i.p.v. autonoom uitvoerend, beleidssensitief ipv beleidsneutraal, maatwerk ipv uniformiteit zijn hierbij de richting.
Ja, er komt een verschuiving in het takenpakket omdat expliciete toestemmingsvereisten (vergunningen) steeds minder nodig zijn. Toezicht en handhaving zal een zwaarder accent krijgen.
Of het takenpakket ook uitgebreid gaat worden met extra gemeentelijke taken, bijvoorbeeld bouwtaken, valt nog te bezien. Het zal sterk afhangen of de OD’s de huidige dienstverlening op orde te hebben, of de wet private kwaliteitsborging nog een vervolg krijgt en in hoeverre OD’s in staat zijn aan te haken bij ‘het gemeentelijk VTH-proces van de Omgevingswet’ en daarbij behorende vaardigheden. Uitvoering VTH-bouwproces vraagt immers een fundamenteel andere werkwijze dan een VTH-milieuproces. En de Omgevingswet doet daar nog eens een schepje bovenop.

Meer informatie:

Frank van Nijkerken

Lees hier deel 1 van het artikel – De Omgevingswet en het huidige takenpakket van Omgevingsdiensten

Lees hier deel 3 van het artikel – De Omgevingswet en de omzet van Omgevingsdiensten

Onderzoek toekomstscenario’s RUD Limburg-Noord

Door Arena Consulting wordt een onderzoek uitgevoerd naar alternatieve bedrijfsmodellen voor de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Limburg-Noord. De vijftien Noord- en Midden-Limburgse gemeenten die samenwerken in de RUD hebben op 15 oktober ingestemd met de uitgangspunten voor het onderzoek.

De gemeenten hebben tot het onderzoek besloten omdat ze alternatieven willen hebben voor de ‘gewone’ RUD, die het ministerie wil verplichten. Een RUD verzorgt in een regio voor een aantal gemeenten advisering voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, bouwen en wonen en ruimtelijke ordening.

Wethouder Ike Busser van Venray is voorzitter van het RUD-bestuur: “Bij de oprichting van de RUDs, in 2011 mochten de regio’s zelf een organisatievorm kiezen. Drie regio’s waaronder Limburg-Noord kozen voor een zogenaamde netwerk-RUD. Bij een netwerk-RUD blijven de toezichthouders en controleurs in dienst van de eigen gemeenten en werken ook vanuit het eigen gemeentehuis. Zo besparen we onder meer op organisatiekosten en huisvesting.

De vijftien Noord- en Midden-Limburgse gemeenten zijn tevreden over de huidige organisatievorm van de RUD en willen die graag voortzetten. De minister wil het liefst dat alle RUDs in Nederland zelfstandige organisaties worden, met eigen personeel, kantoorpanden en wagenpark”.

De Tweede Kamer heeft in september ingestemd met de plannen van de staatssecretaris. Als de Eerste Kamer eveneens instemt, betekent dit dat de netwerk-RUD Limburg-Noord in zijn huidige vorm op 1 januari 2018 ophoudt te bestaan. De gemeenten willen nu onderzoek doen naar organisatievormen en businessmodellen die voldoen aan de eisen van de wet, maar waar toch de pluspunten van de netwerk-RUD in verwerkt worden.

Alle gemeenten en de provincie hebben deze week ingestemd met de uitgangspuntennotitie. Donderdag 15 oktober heeft het bestuur van de RUD een besluit genomen over de uitwerking van de notitie. Als alles volgens plan verloopt nemen in december de besturen een besluit over het voorkeursmodel.

Meer informatie:
John Rayer

Transitie provinciale VTH-plustaken naar RUD NHN

De provincie Noord-Holland (PNH) is voornemens om alle provinciale VTH-plustaken over te dragen aan de Noord-Hollandse RUD’s per 1 januari 2016. Het besluit is onderdeel de opheffing van de directie SVT. Verreweg het grootste deel van de VTH-plustaken (75%) wordt bij de RUD Noord-Holland Noord (RUD NHN) ondergebracht. Arena Consulting begeleidt het transitieproces in opdracht van de RUD NHN.

Vanuit de bestuurlijke randvoorwaarden – financieel veilig & risicoloos, waarborging huidige dienstverlening en helder bestuurlijke beslismomenten – is Arena Consulting verantwoordelijk voor een zorgvuldige en tijdige transitie van VTH-plustaken, -medewerkers en –middelen.

Meer informatie:
Frank van Nijkerken

SW-bedrijven en de Participatiewet

Zes scenario’s voor de toekomstige positie van SW-bedrijven en gemeenten en twee praktijkvoorbeelden.

De Participatiewet stelt de SW-bedrijven en de gemeenten voor een grote opgave. Deze ligt in het opvangen van de directe gevolgen door het stopzetten van de instroom WSW, verlaging van de rijksbijdrage én de vorming van regionale werkbedrijven. Verder zijn er meer fundamentele afwegingen die te maken hebben met de financiële positie van diverse SW-bedrijven, de positionering in de arbeidsmarkt en de ‘governance’ van de (toekomstige) organisatie. Dit vraagt om een toekomststrategie. Arena Consulting heeft een ruime ervaring met de strategiebepaling en inrichting van samenwerkingsorganisaties, ook rond werk en inkomen. We laten hier zien welke contouren de uitvoeringsorganisaties van de Participatiewet lijken aan te nemen, wat volgens ons belangrijke denkaders zijn bij het maken van keuzes en hoe dat in de praktijk van twee voorbeelden uitpakt.

Knip, fusie en delen infrastructuur

Uit recent onderzoek van brancheorganisatie Cedris blijkt dat bij ongeveer de helft van de gemeenten nog niet duidelijk is in welke vorm het SW-bedrijf door zal gaan. Gemeenten en SW-bedrijven die wel bezig zijn met omvormen gaan uit van één van de volgende drie basisstructuren:

1.         Knip: Ongeveer een derde is bezig met een knip tussen het inkomensdeel en het leerwerkdeel. De sociale dienst blijft verantwoordelijk voor het inkomensdeel. Het Leerwerkbedrijf organiseert dan alles rondom re-integratie, werk en leren.
2.         Fusie: Bij ongeveer 10% is sprake van een fusie met de gemeentelijke sociale diensten. Er ontstaan regionale organisaties voor Werk & Inkomen.
3.         Drie delen: Bij ongeveer 10% is sprake van het opknippen van de onderdelen regulier werk, werk met begeleiding en beschut werken.

De (basis)structuur van de organisatie is maar één element in het ontwerp van de toekomstige (werk)organisatie.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][vc_accordion_tab title=”Visie op arbeidsmarkt de basis voor keuzes”][vc_column_text]De economische- en maatschappelijke ontwikkelingen invulling van het landelijke sociaal akkoord en de Participatiewet zorgen voor verschuivende panelen in de arbeidsmarkt. De rol van SW-bedrijven zal veranderen. Dit heeft gevolgen voor de realisatie van de doelstellingen van de Participatiewet (en de Wmo), het bedrijfsmatig functioneren én de democratische controle op de toekomstige organisaties. Te meer omdat SW-bedrijven en de toekomstige werkbedrijven zich in het grensgebied tussen publiek en privaat begeven. Dit betekent dat SW-bedrijven en gemeenten een inhoudelijke visie op de arbeidsmarkt moeten ontwikkelen en een strategie over de toekomstige positie in deze arbeidsmarkt. Vooral als het gaat om de maatschappelijke doelstellingen (beleidsmatige kaders) en het verdienmodel (financieel gezond kunnen zijn, sturen op realiseren van loonwaarde).

Zes scenario’s voor toekomstige positie

Arena Consulting onderscheidt zes richtingen waarin een SW-bedrijf zich in de arbeidsmarkt kan ontwikkelen:

1.         Opschalen: opschalen van het werkgebied (naar bijvoorbeeld de arbeidsmarktregio) door samengaan van SW-bedrijven.
2.         Verbreden: optimaliseren in de keten van werk en inkomen (en eventueel zorg – dagbesteding) door samengaan van SW-bedrijf en gemeentelijke sociale diensten.
3.         Optimaliseren: verbeteringen realiseren in de huidige uitvoeringsorganisatie van het SW-bedrijf door het vergroten van het verdienvermogen, het versterken van het acquireren van werk en/of het optimaliseren van het kostenniveau.
4.         Specialiseren: transformeren naar een ander type SW-bedrijf door te focussen op één of enkele kerntaken (bijvoorbeeld sociaal werkbedrijf met een integratie van reguliere werknemers en werknemers met enige beperking, een zorgbedrijf met de focus op beschut werk en een nauwe relatie met arbeidsmatige dagbesteding, een bemiddelingsbedrijf met de focus op het plaatsen van werknemers bij werkgevers, etc)
5.         Ontvlechten: ontmantelen van het SW-bedrijf en integratie in het gemeentelijk domein.
6.         Afbouwen: opheffen van het SW-bedrijf (sterfhuisconstructie).

Uiteraard behoren combinaties van strategieën of een nadere verbijzondering tot de mogelijkheden (bijvoorbeeld de ontvlechtingsstrategie maar dan niet bedoeld om te integreren in het gemeentelijk domein maar met het oogmerk ‘privaat te gaan’).

Strategiekeuze is maatwerk

De strategie die het beste past is van een groot aantal factoren afhankelijk, waaronder:

  • De arbeidsmarkt (aard, perspectief, dynamiek)
  • De positie die het SW-bedrijf heeft in het speelveld van stakeholders op de arbeidsmarkt
  • De bestuurlijke en beleidsmatige keuzes ten aanzien van de Participatiewet (maatschappelijke doelstellingen, financiële kaders)
  • De bestaande organisatie (karakter huidige SW-bedrijf, financiële situatie, positieve en negatieve ervaringen)
  • De bestuurlijke constellatie (aanwezigheid centrumgemeente, bestuurlijke consensus)
  • De visie op de eigen gemeentelijke organisatie (ook in relatie tot samenwerking)
  • De aanwezige infrastructuur (productie, detachering, werkgeversbenadering)

Hoe deze factoren uitpakken zal voor elke situatie redelijk uniek zijn. Dat vraagt om maatwerk bij de strategiebepaling, de inrichting én de besturing van de toekomstige organisatie. De verwachting is in ieder geval dat een groot deel van de SW-bedrijven nu of in de nabije toekomst een forse wijziging zal ondergaan in organisatiestructuur en takenpakket. Cruciaal in de strategiebepaling is het besef dat er altijd sprake is van twee (soms conflicterende) perspectieven: dat van het SW-bedrijf  (= business maken c.q. ‘het hoofd boven water houden’) en dat vanuit het perspectief van de gemeenten (= inrichting besturingsmodel in relatie tot de financiële risico’s, maatschappelijke opgaven ets.). Om succesvol te kunnen zijn, is samensmelting van een mogelijke ‘dubbelstrategie’ vereist.

Werkorganisatie West-Friesland (strategie van ‘verbreden’)

In West-Friesland hebben de 7 gemeenten en het SW-bedrijf Op/maat gekozen voor de oprichting van één  uitvoeringsorganisatie voor de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt. De Werkorganisatie West-Friesland start op 1 januari 2015 en behelst de fusie van 7 afdelingen sociale zaken en het SW-bedrijf (= strategie van verbreden). Waarom heeft men in West-Friesland voor een gezamenlijke organisatie voor Werk en Inkomen in West-Friesland gekozen? In de kern zijn er drie hoofdredenen aan te wijzen:

  1. Handhaven van de huidige situatie (‘ieder voor zich’) leidt tot stilstand en achteruitgang. De externe ontwikkelingen (minder re-integratiemiddelen, meer instroom, afbouw sociale werkvoorziening etc) dwingen de organisaties tot verandering van koers.
  2. Versterken van de focus op Werk en Werkgevers. Dit is efficiënter en effectiever op de schaal van West-Friesland dan op gemeenteniveau.
  3. Optimaal benutten van een (zeer) goed functionerend en financieel gezond SW-bedrijf met ervaring op het terrein van begeleiding op en naar werk: “dit moeten we ook veel meer doen voor WWB-ers en Wajongers!”

Het SW-bedrijf Op/maat wordt omgevormd tot de Werkorganisatie West-Friesland met als ambitie ‘Samen meer doen in begeleiden van werkzoekenden en werkgevers en zo doende de arbeidsmarktparticipatie te vergroten’. Enkele kerncijfers van de Werkorganisatie: 175 fte personeel, een begroting van € 75 mln, 3.500 cliënten en 20.000 bedrijven.

Het proces van omvorming is twee jaar geleden gestart met een bestuurlijke verkenning van de mogelijkheden en voorwaarden. Vervolgens is 2013 gebruikt om het bedrijfsplan te ontwikkelen op basis waarvan begin van 2014 besluitvorming in de Gemeenteraden en het Algemeen Bestuur heeft plaatsgevonden. Het jaar 2014 staat in het teken van uitvoering van het implementatieplan en daarmee de effectuering van de omvorming.

De Werkorganisatie West-Friesland is een full-service organisatie; alle essentiële disciplines worden in eigen huis georganiseerd. Andere typerende elementen voor de Werkorganisatie zijn:

  • In plaats van de Participatieladder worden cliënten ingedeeld in één van de vier verdiencapaciteitsklassen met ieder een specifiek ondersteuningsdoel.
  • Het beleid is op de Westfriese schaal geüniformeerd; beleidsvaststelling vindt plaats door het bestuur van de Werkorganisatie onder voorwaarde van een intensief beleidsproces met raadsleden.
  • Voor het bedienen van werkgevers zijn business uitgangspunten gedefinieerd.
  • De werkwijze en organisatie sluiten aan bij het principe van één gezin, één plan en één regisseur.
  • De organisatie en begroting zijn gebaseerd op de ‘zero based-benadering’.
  • De formatiecalculatietool is een flexibel instrument om op economische ontwikkelingen en daarmee wijzigingen in het cliëntenbestand te kunnen inspelen.
  • Het financiële beleidsmodel rust op de pijlers ‘solidariteit’, ‘verevening’ en ‘financiële prikkels’; ontwikkeld zijn een verdeelsleutel voor de bijdrage aan de organisatiekosten, een bonus/malus-regeling voor het realiseren van financiële toegevoegde waarde en een verrekensystematiek in geval van excessieve desintegratiekosten.

Nadere informatie bij Frank van Nijkerken, kwartiermaker Werkorganisatie West-Friesland, nijkerken@arenaconsulting.nl, 06-15093003.

Noordoostpolder (strategie van ‘specialiseren’)

De gemeente Noordoostpolder en het SW bedrijf Concern voor Werk richten samen een nieuwe en zelfstandige organisatie op om uitvoering te geven aan de Participatiewet: de Werkcorporatie Noordoostpolder. Deze gaat mensen met arbeidsvermogen naar werk leiden. De klantmanagers (gemeente), trajectmanagers (Concern voor Werk) en de gezamenlijke werkgeversbenadering wordt ingebracht. De Werkcorporatie blijft de infrastructuur (re-integratie, werkervaringsplaatsen) van het SW-bedrijf benutten. Het onderwijs (ROC, praktijkschool) en werkgevers worden nauw betrokken bij de Werkcorporatie. Zij maken onderdeel uit van de besturing en krijgen een eigen verantwoordelijkheid om mensen naar werk te leiden.

Nadere informatie bij Marc van den Heuvel, kwartiermaker Noordoostpolder, heuvel@arenaconsulting.nl, 06-52002510

Arena Consulting: van strategische keuzes tot inrichting
Arena Consulting is een bestuurs-  en organisatiekundig adviesbureau voor de (semi)publieke sector. De expertise ligt op het terrein van strategievorming, vormen en inrichten samenwerkingsorganisaties. We zijn werkzaam op de terreinen van (leef)omgeving (, veiligheid, het sociale domein) en algemeen bestuur.

Wij ondersteunen gemeenten en SW-bedrijven bij:

  • Het doorlichten en evalueren van besturing en inrichting van de bestaande (samenwerkings)organisaties en het samenspel tussen SW-bedrijf en gemeente;
  • Het uitvoeren van strategische verkenningen rond toekomstige besturings- en organisatiemodellen (scenario-ontwikkeling) en begeleiding strategisch keuzeproces;
  • Ontwerpen en inrichten van (samenwerkings)organisaties;
  • Verzorgen van masterclasses, onder meer rond kaderstelling en controle rond samenwerkingsorganisaties;
  • Invullen rol van projectleider of kwartiermakersrol bij de verkenning en inrichting van de samenwerkingsorganisatie.

Arena Consulting werkt samen met diverse gespecialiseerde bureaus op het gebied van onder meer arbeidsmarkt, bestuurlijk-juridische vraagstukken (Pro Facto) en kaderstelling en controle (Stibabo).

Bezuinigingsaanpak

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Niet eerder was de bezuinigingsopgave in de publieke sector zo groot als nu. Veel gemeenten hebben voor de begroting van 2010 en/of 2011 al een bezuinigingsronde uitgevoerd. Maar hier blijft het niet bij. Het kabinet snijdt de komende jaren fors in de overheidsuitgaven en ook de gemeenten moeten hieraan bijdragen. Het realiseren van ingrijpende bezuinigingen is geen eenvoudige opgave. Hoe realiseert uw gemeente de bezuinigingsopgave? Wat is de rol van uw gemeenteraad? Hoe pakken andere gemeenten het aan? Arena Consulting BV ontwikkelde het Participatieonderzoek ‘Bezuinigingsaanpak’ voor rekenkamer(commissies).


Het onderzoek geeft antwoord op de vraag ‘wat is de kwaliteit en effectiviteit van de bezuinigingsaanpak en –voorstellen?’ De achterliggende gedachte is leren van het verleden én van elkaar waardoor toekomstige bezuinigingsronden aan kwaliteit kunnen winnen. Het idee van een Participatieonderzoek is eenvoudig. Er is een gestandaardiseerde onderzoeksaanpak met een vaste prijs. Iedere Rekenkamer(commissie) kan participeren en heeft de mogelijk om de standaard onderzoeksaanpak uit te breiden. Kenmerk van het Participatieonderzoek is dat meerdere Rekenkamers deelnemen.

Voor vragen kunt u rechtstreeks contact opnemen met Frank van Nijkerken.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Hollands Kroon – Strategische visie voor toekomstige gemeente

Op 13 januari 2010 hebben de gemeenteraden van Anna Paulowna, Niedorp, Wieringen en Wieringermeer het herindelingsadvies om te komen tot de nieuwe gemeente Amstelmeer (voorlopige werknaam) vastgesteld. Dit betreft een belangrijk moment in het proces om te komen tot een gemeentelijke herindeling. De herindeling is daarmee nog geen feit, omdat besluitvorming in de Tweede en Eerste Kamer nog dient plaats te vinden. Het vaststellen van het herindelingsadvies is het moment om de voorbereidingen op de gemeentelijke herindeling in gang te zetten.

Een belangrijk onderdeel in dit proces is een strategische visie op de nieuwe gemeente. De strategische visie is een samenhangend geheel van richtinggevende uitspraken voor de toekomstige gemeente Amstelmeer. Met de strategische visie wordt:

  • De boodschap verteld ‘wat voor soort gemeente we willen zijn?’
  • Een bindend en verbindend planmatig kader voor de nieuwe gemeenteraad ontwikkeld.
  • De positie van de nieuwe gemeente in de regio Kop van Noord-Holland gemarkeerd.
  • Sturing gegeven aan de ontwikkeling van het dienstverleningsconcept en besturingsfilosofie van de nieuwe gemeente.

De strategische visie wordt in samenwerking met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties ontwikkeld. Arena Consulting begeleidt het visieproces.

Meer informatie:
Frank van Nijkerken

Het Virtuele Organisatieconcept als denkmodel

Het concept van de virtuele organisatie of het virtueel organiseren krijgt als nieuwe samenwerkingsvorm nog weinig aandacht. Dit concept kan wel eens een bloeiende toekomst tegemoet gaan. Niet alleen voor de vrijwillige gemeentelijke samenwerkingsverbanden, maar ook voor de inrichting van de Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s). In dit artikel wordt vanuit gemeentelijk perspectief – in het bijzonder het bestuur en het management – stilgestaan bij de betekenis van de RUD’s voor gemeenten. We presenteren een andere kijk op de vraagstukken van organiseren van samenwerking.


Download hier het artikel.

Frank van Nijkerken
John Smits

Wieringermeer – Aansluiting bij de milieudienst

Enkele jaren geleden is de Milieudienst Kop van Noord Holland opgericht om de milieutaken voor een aantal gemeenten in de regio te verzorgen. De gemeente Wieringermeer heeft een onderzoek door Arena laten uitvoeren over de wenselijkheid en haalbaarheid van aansluiting bij de milieudienst. Na een positief advies heeft Arena vervolgens de rol van kwartiermaker ingevuld om de aansluiting feitelijk te realiseren.


Daarbij is gezorgd voor de ontvlechting van de taken uit de gemeentelijke organisatie en inpassing in de staande organisatie van de milieudienst.

Meer informatie:
Frank van Nijkerken
Marc van den Heuvel

Weststellingwerf – Plan van aanpak ‘outsourcing VROM-taken’

In 2006 heeft de gemeente onderzoek laten verrichten naar de mogelijkheden om VROM-taken structureel uit te besteden. Begin 2007 heeft de raad gekozen voor het scenario ‘De markt tenzij’. Naast deze koerswijziging is de opdracht meegegeven de uitvoeringsniveau voor toetsing en toezicht bouwregelgeving en de implementatie van de omgevingsvergunning te betrekken in de implementatie van ‘De markt tenzij’. Het samenwerkingsverband DHV en Arena Consulting ontwikkelden van het plan van aanpak voor het drie-sporen-traject.

Meer informatie:
Frank van Nijkerken

Klik hier voor meer informatie over de gemeente Weststellingwerf.

Helmond – Toekomstige organisatie taakveld milieu

In opdracht van de gemeente Helmond onderzoekt de Arena Consulting Group de mogelijke en wenselijke andere vormen i.c. modellen van de uitvoeringsorganisatie voor de milieutaken. Een groot deel van de taken wordt momenteel door de milieudienst regio Eindhoven verricht. In het onderzoek zal bekeken worden welke varianten hierop mogelijk zijn. Vertrekpunt hierbij zijn de volgende modellen:


  • Referentiemodel: huidige situatie waartegen alternatieven qua plussen en minnen worden afgezet
  • Autonomiemodel: gemeente organiseert uitvoering milieutaken in eigen huis
  • Alternatief samenwerkingsmodel: zijn andere vormen van samenwerking denkbaar, bijvoorbeeld met de gemeente Eindhoven?
  • Marktmodel: focus op alternatieve vorm van uitbesteding aan marktpartijen
  • Hybride model: mix van het voorgaande

In het onderzoek maakt de Arena Consulting Group gebruik van de Arfacto-methode die bestaat uit 7 stappen, startend met fact-conditions en fact-defintion en eindigend met fact-counselling.

Meer informatie:
John Smits
Frank van Nijkerken

Klik hier voor meer informatie over de gemeente Helmond.

MAD – Discussieleiding Strategisch Plan

De milieudiensten bevinden zich in een onzekere tijd en turbulente omgeving. De discussies over de Regionale UitvoeringsDiensten, gemeentelijke fusies, allerlei nieuwe vormen van samenwerking en bezuinigingen dwingen milieudiensten na te denken over de toekomst. Welke koers gaan we varen, waar staan we over 5 jaar, bestaan we nog wel, wat moeten hiervoor doen? Dit soort vragen stelt de Milieuadviesdienst Noord-Friesland zich ook. Arena Consulting begeleidt de dienst bij de ontwikkeling van een strategisch plan.

Meer informatie:
Frank van Nijkerken

Acties voor: Gewest Kop van Noord-Holland – Bedrijfsplan toekomstige milieudienst Gewest Kop van Noord-Holland – Bedrijfsplan toekomstige milieudienst

Voor de gemeenten Anna Paulowna, Harenkarspel, Niedorp, Schagen en Zijpe zijn de contouren voor een intergemeentelijke milieudienst Kop van Noord-Holland ontworpen. De contouren zijn vastgelegd in het ‘Bedrijfsplan op Hoofdlijnen’. Het bedrijfsplan geeft antwoord op de vraag hoe de milieudienst er op hoofdlijnen uit moet komen te zien en wat hiervan de implicaties zijn voor de deelnemende partijen?’ Onderdelen van bedrijfsplan zijn ‘Visie & Strategie’, ‘Taken’, ‘Personeel’, ‘Financiën’, ‘Organisatie’ en ‘Bedrijfsvoering’.


Het ontwikkelingsproces heeft met alle geledingen (politiek, bestuurlijk, management, professionals), disciplines (vakinhoudelijk, financiën, facilitair, personeelszaken etc) en interactief (workshops, werkteams, klankbordgroepen etc) plaatsgevonden. Op basis van het bedrijfsplan heeft raadsbesluitvorming in de deelnemende gemeenten plaatsgevonden.

Meer informatie:
Frank van Nijkerken

Klik hier  voor meer informatie over het Gewest Kop van Noord Holland.

Middelsee gemeenten – samen handhaven, samen organiseren

De gemeenten Ferwerderadiel, Leeuwarderadeel, Het Bildt en Menaldumadeel – de Middelseegemeenten – werken op een aantal terreinen, zoals sociale zaken en onderwijs, al samen. De vier gemeenten wilden bezien in hoeverre samenwerking op het terrein van gemeentebrede handhaving wenselijk is en een meerwaarde heeft. Deze haalbaarheidsstudie is uitgevoerd door een samenwerkingsverband tussen DHV en Arena Consulting Group. De vier gemeenten hebben in 2006 op basis van de studie vastgesteld dat het vervolgtraject, de ontwikkeling van een bedrijfsplan, wenselijk is. DHV en Arena Consulting Group ondersteunden als kwartiermakers de Middelseegemeenten in het implementatieproces.


Meer informatie:
Frank van Nijkerken

Milieudienst IJmond – procesbegeleiding milieuvisie

De milieudienst voert de milieutaken uit voor de gemeenten Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest en Velsen. Referentiekader voor de uitvoering zijn de gemeentelijke milieubeleidsplannen. De looptijd van deze plannen was 2002-2006. In opdracht van het Dagelijks Bestuur is de milieudienst een proces gestart om te komen tot een nieuwe milieubeleidsplan voor de deelnemende gemeenten. De Arena Consulting Group verzorgde de procesbegeleiding van dit ontwikkelingsproces.


Samen met de professionals van de milieudienst en de gemeenten wordt gewerkt aan beleidsplan met nieuwe kenmerken: naast de komende raadsperiode ook een doorkijk tot 2015, een beleidsplan met alleen nieuw en geïntensiveerd beleid en expliciete aandacht voor de organisatie van de uitvoering.

Meer informatie:
Frank van Nijkerken

Klik hier  voor meer informatie over de Milieudienst IJmond.

Provincie Noord-Holland – Audit handhavingsorganisatie

De provincie heeft de Arena Consulting Group een audit laten uitvoeren bij de haar handhavingsorganisatie. Het betreft de drie units die met (milieu)handhaving zijn belast (branches, omgeving en industrie) en de regiegroep handhaving. Met de audit wil de provincie waarborgen dat zij zelf op een professionele wijze invulling geeft aan (de organisatie van) de handhavingstaken, mede op basis van het principe van ‘permanente verbetering’. Afgeleid doel is ervoor te zorgen dat de provincie als handhavingsorganisatie de toets van de inspectie kan doorstaan.

Het eindadvies bevat zowel operationele verbeterpunten in het kader van de kwaliteitszorg als een managementletter inzake achterliggende aandachtspunten.

Meer informatie:
Frank van Nijkerken
John Smits

Provincie Noord-Holland – Ondersteuning regiegroep

De regiegroep handhaving van de provincie Noord-Holland voert in het kader van haar taak onderzoeken en evaluaties uit. Aan de Arena Consulting Group is gevraagd ondersteuning te bieden bij de beoordeling van jaarverslagen van de handhavingspartners en de evaluatie van de bestuursovereenkomst (BOK) handhaving.

Meer informatie:
John Smits
Frank van Nijkerken

Klik hier  voor meer informatie over de provincie Noord-Holland.