Skip to main content

Auteur: johnsmits

Interprovinciale bestuurs- en beleidscoördinatie VTH

Het Interprovinciaal overleg (IPO) behartigt de provinciale belangen bij het rijk en bij Europa. Enerzijds door betrokkenheid bij de voorbereiding van beleid en wetgeving die van belang zijn voor provincies. Anderzijds door kennisdeling met en informatievoorziening aan de provinciale partners en belanghebbenden op verschillende terreinen.

Arena Consulting verzorgt voor het IPO een belangrijk deel van de bestuurs- en beleidscoördinatie op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in de fysieke omgeving. De focus ligt onder andere op dossiers als de invoering van de Omgevingswet, het vinden van een passende financiering voor de opruimkosten van drugsdumpingen, het omgaan met de dilemma’s rond co-vergisting, de inzet van VTH bij de energietransitie en de ontwikkeling naar een circulaire economie, de verbetering van het instrumentarium voor de aanpak van notoire probleembedrijven en financiële zekerstelling voor milieukosten bij faillissementen. Daarnaast verzorgen we mede de voorbereiding van het Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOB), de Ambtelijke en bestuurlijke adviescommissies van het IPO (AAC/BAC) en het onderhouden van het netwerk in het algemeen.

Meer informatie: John Smits

Evaluatie governancemodel omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

In 2015 heeft Arena Consulting onder de titel ‘van dienstverlener naar strategisch partner’ het governancemodel van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) tegen het licht gehouden.

Naar aanleiding daarvan heeft de ODZOB een aantal maatregelen genomen. Onder meer in het directiemodel, de kwaliteit van de betrokkenheid en besluitvorming van het Algemeen Bestuur, het relatiebeheer en het functioneren van de ambtelijke overlegstructuur (opdrachtgeversplatform). Deze maatregelen zijn inmiddels doorgevoerd.

Met het oog op het nieuwe bestuur na de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 en het strategisch plan van de ODZOB, heeft de ODZOB aan Arena gevraagd de effecten van de getroffen maatregelen in beeld te brengen.

Het onderzoek wordt uitgevoerd in de periode april-augustus 2017. Evenals in 2015 vindt het onderzoek plaats aan de hand van gesprekken met bestuurders en (account)managers en een integrale digitale bevraging van alle leden van het bestuur, management/directie van de ODZOB en de ambtelijk opdrachtgevers van gemeenten en provincie.

De bevindingen worden in september en oktober in respectievelijk het DB en AB vastgesteld.

Meer informatie: John Smits 

Onderzoeksrapport bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit vrijgegeven

[vc_row][vc_column][vc_column_text]In 2015 voerde Arena Consulting samen met Pro Facto in opdracht van het WODC een herhaalonderzoek uit naar de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Ook de eerdere meting in 2012 werd door Arena Consulting uitgevoerd. Het onderzoek uit 2015 geeft inzicht in de stand van zaken in de aanpak en ontwikkelingen sinds 2012. Het onderzoeksrapport is inmiddels vrijgegeven en wordt binnenkort aangeboden aan de Tweede Kamer. Meer informatie over het onderzoek is op de site van het WODC te vinden.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Positionering, inrichting en besturing Participatiebedrijf regio Eindhoven

De gemeente Eindhoven heeft de ‘frontoffice’ voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein belegd bij de stichting WIJeindhoven. Dit geldt ook voor de eerste intake inzake werk en inkomen. De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening en delen van de Participatiewet gebeurt in samenwerking door 5 gemeenten in de regio (GRWRE) via twee uitvoeringsorganisaties: Ergon en het nieuw opgerichte (op te richten) Participatiebedrijf. Het laatste is nu nog een ‘virtuele organisatie’ waaraan de gemeenten en Ergon capaciteit en middelen toeleveren.

Over de toekomstige inrichting van het klantproces inzake werk(en inkomen), de inrichting van de organisatie daarvan, de positionering in de keten (tussen WIJeindhoven en P-bedrijf), de keuze tussen zelf doen en in de markt wegzetten én de bestuurlijke en organisatorische aansturing van het geheel, moeten de komende periode bestuurlijke keuzes worden gemaakt. Het bestuur van de GRWRE heeft afgesproken om  met een duidelijke positiebepaling te komen en om op 10 april a.s. een voorstel voor de toekomstige positionering, inrichting en aansturing van het P-bedrijf te laten presenteren.

De gemeente Eindhoven heeft Arena Consulting gevraagd daarin te ondersteunen.

De uit te voeren (advies)opdracht moet samengevat een volgende resultaat hebben:

1. Een binnen de gemeente Eindhoven (door bestuur en management) breed gedragen positionpaper P-bedrijf waarin in elk geval is opgenomen:

  • Een positionering van welke taken (werkzaamheden) de gemeente zelf wil (moet) uitvoeren en welke in de markt worden belegd
  • De positionering van het toekomstige P-bedrijf in relatie tot de taak en opdracht van WIJeindhoven op het gebied van werk(en inkomen)
  • Een doorkijk in wijze waarop de doorontwikkeling van de organisatie rond het Werkleerbedrijf, re-integratietrajecten voor nieuwe bijstandscliënten en andere tweedelijns participatiedienstverlening kan plaatsvinden.

2. In februari 2017 een presentatie / tussenrapportage daarover aan de gemeente Eindhoven en de partnergemeenten in GRWRE-verband.
3. Het mede organiseren van een bestuurlijk werkbezoek op 6 maart a.s. en het in het programma een plek geven van de tussenrapportage.
4. Een vertaling daarvan naar een optimaal besturingsmodel en presentatie van een integraal voorstel voor positionering, inrichting en besturing van het P-bedrijf richting het bestuur van de GRWRE op 10 april 2017.

Op basis van de rapportage en het advies nemen de deelnemende gemeenten een besluit over het Participatiebedrijf.

Meer informatie: John Smits

Organisatie duurzame gebiedsteams Noardwest Fryslân

De gemeenten in Noordwest Fryslân (Harlingen, Het Bildt, Menameradiel, Franekeradeel, Terschelling en Vlieland) zijn samen met de ketenpartners gestart met het werken in (integrale) gebiedsteams. Daarbij is afgesproken om ‘werkendeweg’ ervaring op te doen met hoe de gebiedsteams het beste duurzaam georganiseerd kunnen worden. Aan Arena Consulting is gevraagd twee jaar na de start een verkenning uit te voeren die antwoord moet geven op twee vragen:

1.     Welke de meest urgente verbeterpunten en oplossingsrichtingen zijn in het functioneren van de gebiedsteams alsmede de positionering en aansturing ervan ten opzichte van de gemeenten en de ketenpartners, waaronder de gemeenschappelijke dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

2.     Welke de contouren/gedachtelijnen zijn van de deelnemende organisaties over een duurzame inrichtingsvorm van de gebiedsteams (positionering, organisatie, aansturing etc.), wat het gedeelde beeld is en waar verschillen liggen en welke synergiemogelijkheden samenwerking op de schaal van Noardwest Fryslân biedt.

De verkenning is bedoeld als onderlegger voor de bestuurlijke koersbepaling in de samenwerking de komende jaren. Dit voor de gemeenten Het Bildt, Menameradiel en Franekeradeel ook in het licht van de fusie tot de gemeente Waadhoeke in 2018.

De verkenning loopt van juli tot en met september 2016.

Nadere informatie: John Smits 

Provincie Limburg – VTH-beleidsplan

De provincie Limburg heeft Arena Consulting gevraagd het opstellen van een VTH-beleidsplan te ondersteunen. Bij de opzet en uitwerking wordt geanticipeerd op het in werking treden van de Omgevingswet en wordt nadrukkelijk een koppeling gelegd met de ambities in het Provinciale Omgevingsplan Limburg (POL) en coalitieakkoord.


Met de wijziging van de Wabo wordt met ingang van 2017 het hebben van een VTH-beleidsplan verplicht voor gemeenten en provincies. Daarin moet zijn vastgelegd hoe het bestuur het VTH-instrumentarium wil inzetten en waar de inhoudelijke prioriteiten liggen.

Traditioneel is een risicoanalyse de basis voor de te maken keuzes. De provincie Limburg kiest voor een benadering waar naast risicobeheersing, ontwikkelingen mogelijk maken en inzet VTH-instrumenten voor het realiseren van beleidsdoelstellingen, meer centraal staat. Daarbij wordt ook kritisch gekeken aar de onderliggende principes bij de inzet van het instrumentarium, met name ronde functie en wijze van inzet van het toezicht. Een en ander heeft ook implicaties voor de wijze waarop de uitvoering wordt aangestuurd en de wijze van rapporteren over de uitvoering (beiden meer output en outcomegericht).

Binnen het project wordt een aantal scenario’s uitgewerkt voor de wijze van prioriteitstelling, route van de huidige praktijk naar de gewenste praktijk in 2019 en de vertaling daarvan naar een uitvoeringsprogramma en financiële implicaties daarvan.

Het VTH-beleidsplan bestrijkt het gehele terrein van het Omgevingsrecht, dat wil zeggen milieu, veiligheid en energie, ruimtelijke ordening, bodem, (grond)water en natuur en landschap. Het plan en programma moeten voor het eind van 2016 vastgesteld zijn.

Meer informatie:
John Smits

Governance en organisatie Participatiebedrijf Ergon-gemeenten

De deelnemers in de Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap regio Eindhoven (GRWRE) hebben in 2015 twee scenario’s laten opstellen voor de organisatiestructuur, governance en juridische vorm een op te richten participatiebedrijf. Deze bleken echter onvoldoende onderscheidend om tot een keuze te komen. Aan Arena Consulting is gevraagd de scenario’s aan te scherpen en advies uit te brengen over de inrichting. Dit ook gekoppeld aan de vraag hoe het klantproces tussen gemeentelijk loket, backoffice (re-integratie, beschut werk etc.) en werkgevers moet worden ingericht.


Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van gesprekken met betrokken bestuurders en ambtenaren van de gemeenten Eindhoven, Veldhoven, Waalre, Heeze-Leende, Valkenswaard, WIJEindhoven en Ergon. De conceptrapportage over de inrichting van het klantproces en het advies over de inrichting en werkstructuur gedurende het transformatieproces liggen voor ter bestuurlijke besluitvorming.

Meer informatie:
John Smits
Ronald van den Boom

Waadhoeke – inrichting gebiedsteams sociaal domein

De gemeenten Frankeradeel, Menameradiel en Het Bildt en drie kernen van de gemeente Littenseradiel gaan per 1 januari 2018 op in de gemeente Waadhoeke. De fusiegemeenten hebben aan Arena Consulting gevraagd de inrichting organisatie van de gebiedsteams sociaal domein uit te werken.

De gebiedsteams zijn nu een samenwerkingsverband tussen de gemeente, de diverse ketenpartners uit zorg en welzijn en de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Noordoost Friesland.

Het onderzoek richt zich onder meer op de organisatiestructuur, formatieve (functie)opbouw, verankering binnen de nieuwe gemeente, het besturingsmodel (en governancestructuur, rechtspositie van de medewerkers (waar in dienst nemen?) en de indicatieve financiële implicaties.

Parallel aan dit onderzoek wordt een verkenning uitgevoerd naar de verbetering in de uitvoeringspraktijk van de gebiedsteams op de schaal van Noordwest Friesland en contouren van een duurzame inrichting van de gebiedsteams. Bij het laatste wordt ook gekeken wat de samenwerkingsperspectieven zijn voor de gemeenten.

De rapportage is voorzien in september-oktober 2016.

Meer informatie: John Smits 

Evaluatie en vooruitblik Omgevingsdienst Zuidoost Brabant

Arena Consulting houdt de koers van de gemeenschappelijke regeling ODZOB (Omgevingsdienst  Zuid­Oost Brabant) tegen het licht om die toekomstbestendig te maken. Medio juli moet het evaluatieonderzoek zijn afgerond. In de ODZOB werken de provincie en de 22 gemeenten samen bij de uitvoering van milieuregels- en wetten.


“We zijn enkele jaren geleden gestart onder een moeilijk gesternte”, zegt plaatsvervangend voorzitter van het dagelijks bestuur en tevens portefeuillehouder Personeel & Organisatie en tevens wethouder in Bergeijk​, Frank van der Meijden, “Het heeft bestuurlijk veel kruim gekost, maar de dienst staat inmiddels financieel en organisatorisch als een huis. We draaien goed quitte.”

“Nu gaan we een volgende fase in, waarbij we onze koers willen evalueren om de huidige ODZOB te kunnen bestendigen. Er gaat immers veel veranderen. Denk alleen  maar aan het opleven van de economie en aan de Omgevingswet die in 2018 met vereenvoudigde regels voor ruimtelijke plannen komt. Dat gaat voor ons nu al spelen”, aldus Van der Meijden.

Bron: Eindhovens Dagblad, 16 april 2014

Meer informatie:
John Smits
Marc van den Heuvel

Een bespiegeling op outputsturing bij samenwerkingsverbanden

Zit je output wel goed?

Outputsturing rond samenwerkingsverbanden is ‘hot’. Onder meer in de zorg en bij de uitvoering van het omgevingsrecht wordt steeds minder gewerkt met opdrachten op basis van inzet maar op basis van prestaties. Het denken en doen rond ‘outputsturing’ is echter nog wel diffuus. Het begrip wordt in verschillende betekenissen gebruikt en er wordt een hoog oplossend vermogen aan toegekend zonder dat sprake is van echte ‘historische bewijsvoering’. Als ondersteuning voor de ordening van de gedachten rond outputsturing vatten we in dit artikel een aantal kernbegrippen en aandachtspunten samen. Deze zijn in het bijgevoegde artikel verder uitgewerkt.[/vc_column_text][vc_accordion active_tab=”false” collapsible=”yes” title_size=”h6″ style=”2″][vc_accordion_tab title=”Sturing”][vc_column_text]Sturing is de wijze waarop formulering, voortgangsbewaking, evaluatie, bijstelling en verantwoording van de uitvoering van een opdracht plaatsvindt. Qua focus zijn er globaal vijf invalshoeken van sturing.

Een belangrijke notie is dat deze verschillen in focus van sturing in de praktijk vrijwel altijd naast elkaar zullen bestaan. Enerzijds is volledige outputsturing in de praktijk vaak niet mogelijk. Bijzondere situaties vragen vrijwel altijd om maatwerk en niet alle dienstverlening is in standaardproducten uit te drukken. Anderzijds hebben gemeenten en provincies vrijwel altijd meerdere rollen in relatie tot een samenwerkingsverband: die van opdrachtgever (met focus op input, throughput en output), die van mede-eigenaar/deelnemer (met focus op income) en die van bestuurlijk/strategisch partner (met focus op outcome). Voor de uitvoering van taken en werkzaamheden door een samenwerkingsverband zijn uiteenlopende financieringsmodellen, waaronder outputfinanciering. Het financieringsmodel staat in beginsel los van de focus van de sturing. De wijze van financiering heeft echter wel een bijkomende sturend effect. De belangrijkste financieringsvormen zijn:

  • vaste verdeelsleutel
  • lumpsum
  • inputfinanciering
  • outputfinanciering
  • prestatiefinanciering

In beginsel zijn al deze financieringsmodellen te combineren met outputsturing. Binnen de financieringsvorm kunnen specifieke hefbomen worden ingebouwd die als sturingsinstrument gaan werken. Twee meest expliciete zijn een bonus-malus-systeem (bijvoorbeeld op basis van klanttevredenheid) en het principe van ‘no cure no pay’.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][vc_accordion_tab title=”Verantwoording”][vc_column_text]De overheid dient de publieke zaak. De prestaties of output van de overheid moeten daarmee in lijn liggen. Bij taken die op afstand zijn geplaatst bestaat het risico van ‘beleidsvervreemding’: de uitvoeringsorganisatie staat relatief los van de politieke kaderstelling en het beleid dat ten grondslag ligt aan de uitvoeringsopdracht. Outputsturing kan dan de schakel om een vertaling te maken van de prestaties van een samenwerkingsverband naar de bijdrage daarvan aan de realisatie van het beleid.

Een stap verder is het sturen en financieren op outcome oftewel prestaties. De samenwerkingsorganisatie krijgt dan bijvoorbeeld de opdracht om de leefbaarheid in een wijk te verbeteren of de maatschappelijke participatie van mensen met een beperking te borgen. De belangrijkste voordelen en risico’s van outputsturing kunnen als volgt worden samengevat:

Voordelen Risico’s
  • De inhoud van de uitvoering staat centraal voor de opdrachtnemer
  • De opdrachtnemer wordt ontzorgd qua organisatie
  • Er wordt alleen betaald voor wat wordt gepresteerd
  • Prikkelt zowel de bedrijfsmatige, professionele als strategische creativiteit
  • Te hoge verwachtingen (geen Haarlemmerolie)
  • Perverse effecten van standaardisatie
  • Strategisch gedrag van de opdrachtnemer
  • Terugvalgedrag van de opdrachtnemer
  • Beleid wordt gereduceerd tot wat meetbaar is
  • Afwegingen opdrachtgever zijn pennywise en poundfoolish

Wil outputsturing slagen, moet een aantal randvoorwaarden worden ingevuld. De belangrijkste zijn:

  • Helder doel voor ogen hebben: wat moet outputsturing voor wie opleveren?
  • Focus aanbrengen: wat leent zich het meest voor outputsturing (en wat zeker niet)?
  • Zorgen dat de beleidscylcus/P&C cyclus bij de opdrachtgever outputgericht en gesloten is
  • Het opdrachtgeverschap goed organiseren
  • Investeren in de relatie tussen opdrachtnemer en opdrachtgever
  • De gouvernance goed bewaken

Meer informatie: John Smits

ARTIKEL: Staat de omgevingsvisie al op de agenda van uw gemeente?

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Na de gemeenteraadsverkiezingen is de nieuwe bestuursperiode van start gegaan. Wat staat er op de agenda voor de komende 4 jaar? Gemeenteraden zijn geïnstalleerd, collegeonderhandelingen zijn recent afgerond of nog in volle gang. De nieuwe raadsleden vormen de komende vier jaar de volksvertegenwoordiging van de gemeente. Om de politieke agenda vorm te geven, moeten raadsleden in contact treden met hun achterban, met de inwoners, bedrijven en instellingen in de gemeente.

Dit contact kan heel mooi samenvallen met het maken van een omgevingsvisie. Op dit moment is de overheid druk bezig met het maken van een Omgevingswet. Deze wet moet het omgevingsrecht, het geheel aan wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving, vergemakkelijken.

Het omgevingsrecht is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een divers en complex geheel van wettelijke kaders, met tientallen wetten, circa 120 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en honderden ministeriële regelingen. Het stelsel is daarmee erg ingewikkeld geworden, wat leidt tot onzekerheid en onduidelijkheid bij initiatiefnemers van projecten en activiteiten. We herkennen dit allemaal: een eenvoudige aanvraag voor een vergunning raakt regelmatig verstrikt in een oerwoud van wetten en regels, tegenstrijdig beleid en afwijkende kaders. Initiatiefnemers worden soms van het kastje naar de muur gestuurd. Veel initiatieven gaan hierdoor verloren. Zonde, want juist in deze economische tijd is er behoefte aan nieuwe initiatieven.[/vc_column_text][vc_accordion active_tab=”false” collapsible=”yes” title_size=”h6″ style=”2″][vc_accordion_tab title=”Lees hier verder…”][vc_column_text]Door het omgevingsrecht transparanter, eenvoudiger, sneller en goedkoper te maken en meer toestemmingen onder één procedure, bij één loket en onder één aanvraag te bundelen, kunnen in de toekomst sneller, beter en duidelijker beslissingen worden genomen. De omgevingsvisie vervangt dan ook de (gebiedsdekkende) structuurvisie voor ruimtelijke ordening, het waterplan, het milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoerplan en de ruimtelijke aspecten van de natuurvisie uit de voorziene Wet natuurbescherming. Door alle beleid te bundelen in één overzichtelijk document, wordt de kloof tussen overheid en maatschappij verkleind. Bestuurder en achterban zullen elkaar beter begrijpen. Daar plukken beide partijen de vruchten van.

Zodra de Omgevingswet wordt ingevoerd, zijn Rijk en provincie verplicht een omgevingsvisie te maken. Gemeenten zijn hier vrij in, al wordt beseft dat het document voor gemeenten van enorme toegevoegde waarde kan zijn, omdat hierin alle beleid wordt samengevoegd. De omgevingsvisie is een overzichtelijk document voor bestuurders en achterban, waarmee spijkers met koppen geslagen kunnen worden. Een document dat kan dienen als uitgangspunt bij het opstellen van nieuwe plannen, voor de komende bestuursperiode.

De omgevingsvisie komt tot stand door de inbreng van ideeën vanuit de omgeving zelf. Het is een middel dat ruimte biedt aan de maatschappij om mee te denken, te ondernemen en uit te voeren, zoals gezegd zonder verstrikt te raken in een oerwoud van kaders, regels en beleid.

Beeckk, NCOD en Arena zijn ervan overtuigd dat de omgevingsvisie meer moet zijn dan een samenraapsel van bestaande (structuur)visies, waterplannen, milieubeleid en verkeers- en vervoersplannen. “De omgevingsvisie dient als een soort ruimtelijk fysiek kader dat wordt opgesteld door de maatschappij, in samenspraak met de overheid”, aldus Van der Werf. “De gemeente mag dan juridisch eigenaar zijn van het document, de inhoud komt vanuit de maatschappij. Dit vraagt om actief contact met de achterban. Wij zijn gemeenten hierbij graag van dienst.”

Beeckk, NCOD en Arena zijn drie onafhankelijke adviesbureaus die zich op verschillende schaalniveaus bewegen in het politiek-private krachtenveld. Van een hoog abstractieniveau tot aan de voeten in de klei. De adviesbureaus hebben de handen ineen geslagen en een aanpak bedacht die leidt tot een goede, praktische, resultaatgerichte en vooral breed gedragen omgevingsvisie. Pioniers worden van harte uitgenodigd voor een vrijblijvend gesprek.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][/vc_accordion][vc_empty_space][vc_row_inner][vc_column_inner][vc_column_text]Verschenen op Gebiedsontwikkeling.nl

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Arena Consulting Group: John Smits, 0621282421 of smits@arenaconsulting.nl

Beeckk adviseurs voor ruimtelijke ontwikkeling: Jorn van der Werf, 0620887610 of jorn@beeckk.nl

Nederlands Centrum voor Overheidsdiensten (NCOD): Dave Schut, 0623611186 of daveschut@ncod.nl[/vc_column_text][/vc_column_inner][/vc_row_inner][/vc_column][/vc_row]

Glazen privacy – Onderzoek knelpunten uitvoering Wet politiegegevens

Arena Consulting heeft in 2013 samen met Pro Facto in opdracht van het WODC onderzocht wat de verklaringen zijn voor de knelpunten rond de uitvoering en uitvoerbaarheid van de privacywetgeving die geldt voor de politie (Wet politiegegevens). Het onderzoeksrapport is op 6 januari jl. vrijgegeven door het WODC en op 13 januari aangeboden aan de Tweede Kamer. De beleidsreactie van de Minister van Veiligheid en Justitie wordt in februari 2014 verwacht.


Aanleiding en opzet onderzoek
DeAanleiding voor het onderzoek was de constatering in 2011 dat de implementatie van de privacywetgeving bij de politie nog onvoldoende op orde was. Tevens waren er signalen vanuit de politieorganisatie dat de wet moeilijk uitvoerbaar was: complex, niet goed aansluitend bij de opgaven waar de politie voor staat en veel bureaucratie met zich meebrengend.

Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een uitvoerige documentenstudie een groot aantal gesprekken met politie, Openbaar Ministerie, de Koninklijke Marechaussee, bijzondere opsporingsdiensten, het ministerie van Veiligheid en Justitie, College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), de Nationale Ombudsman, advocaten, gemeenten en regionale samenwerkingsverbanden en wetenschappers.

Hoofdconclusie: praktijk is worsteling
De belangrijkste conclusie is dat niet kan worden gesproken van een absoluut slechte naleving of een onmogelijke uitvoerbaarheid. De praktijk is vooral een worsteling is bij het vinden van een balans tussen het borgen van de privacy van betrokken (personen waarvan de politie gegevens verwerkt) en het effectief kunnen uitvoeren van politietaken. Uit het onderzoek komen vier verklaringen voor deze worsteling.

Verklaring 1: kenmerken van de wetgeving
De structuur van de wet sluit niet goed aan bij de organisatie en processen bij de uitoefening van politietaken. Zo zijn bewaartermijnen voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit of de oplossing van zogenaamde coldcases waarschijnlijk te beperkt. De strikte scheiding die de wet hanteert tussen dagelijkse politietaken (surveillance, hulpverlening etc.) en opsporing (doen van onderzoek) blijkt in de praktijk ook moeilijk te maken en te organiseren. De status van gegevens is dynamisch en dat sluit niet aan bij de statische labeling in de wetgeving.

Verklaring 2: (technologische) ontwikkelingen en eisen aan de politie
Daarnaast lijkt de wetgeving niet meer goed te passen bij technologische ontwikkelingen en de plaats van informatie in de samenleving. Met name als het gaat om de beschikbaarheid van grote hoeveelheden digitale gegevens, nieuwe analyse- en opsporingsmethoden en de rol die social media spelen. Deze ontwikkelingen beteken ook dat de opgaven voor de politie zijn veranderd (internationalisering criminaliteit, opkomst cybercrime, etc.).

Verklaring 3: de aanpak bij de implementatie 
Daar staat tegenover dat de implementatie bij de politie ook niet de aandacht heeft gehad die nodig is geweest. De vereiste meer bedrijfsmatige borging van de (informationele) privacy heeft weinig prioriteit gehad van de politieleiding.  Dit is veranderd na de landelijke aandacht voor de gebrekkige naleving en de vorming van de nationale politie. Bij de implementatie lag het accent sterk op de technisch-juridische vertaling in protocollen en ICT. Er is weinig aandacht geweest voor de cultuurverandering richting een meer bedrijfsmatige borging van de privacy.

Daarbij heeft de Wpg zelf mogelijk mede  een rol gespeeld door de complexiteit bij de interpretatie en door vergaande eisen te stellen aan de inrichting van de organisatie en vooral te sturen op toezicht op de naleving van de wet en niet op de verinnerlijking van het bedrijfsmatig omgaan met privacy.

Verklaring 4: de startcondities bij de politie als geheel
Een belangrijke verstorende factor is de versnipperde ICT geweest. Toen de Wpg in 2008 in werking trad werd aangenomen dat de politie binnen afzienbare tijd over één (samenhangende) ICT-voorziening zou beschikken. Dat is niet bewaarheid waardoor de implementatie, bijvoorbeeld als het gaat om protocolleren (zoals het vastleggen van verstrekking van informatie aan derden), autorisaties (wie mag welke informatie gebruiken?) of het borgen van de kwaliteit van gegevens (juist, eenduidig, corrigeerbaar) niet goed of alleen op omslachtige wijze mogelijk was. Dit heeft samen met de complexiteit van de wet zelf en de bedrijfstechnische benadering bij de implementatie, de Wpg een bureaucratisch imago bezorgd.

Conclusie en aanbevelingen
De worsteling in de praktijk is een afspiegeling van fragiele en dynamische balans tussen het privacybelang en het belang bij de uitoefening van politietaken. Naar beide kanten toe zijn verbeteringen nodig en mogelijk. De politie zal in elk geval werk moeten maken van een goede borging van de kwaliteit van de gegevens en ook een bedrijfsmatige borging van het privacybelang in de werkprocessen (naast de ‘mores’ rond privacy). De wetgeving is aan enige revisie toe. Vooral als het gaat om de bewaartermijnen voor specifieke politietaken, de statische verwerkingsregimes die niet aansluiten bij de dynamiek van status van informatie en het terughoudender zijn wat betreft organisatie-eisen (die niet aansluiten bij de feitelijke organisatie). Daarnaast is een politieke heroverweging nodig rond de vraag of het privacybegrip in de Wpg nog wel aansluit bij de huidige maatschappelijke opvattingen over privacy en de verwachtingen die worden gesteld aan de politie.

Voor meer informatie:

John Smits

Onderzoek Arena over gemeentelijke organisatie aanpak criminaliteit naar Tweede Kamer

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Georganiseerde criminaliteit heeft vaak vertakkingen in de lokale gemeenschap. Bijvoorbeeld doordat criminelen gebruik maken van panden (horeca, vrijkomende bedrijfsgebouwen etc.) of doordat zich lokale criminele netwerken ontwikkelingen, bijvoorbeeld ontstaan uit jeugdbendes. De lokale gemeenschap kan daarvan de effecten ervaren door verloedering of (een gevoel van) onveiligheid. Gemeenten kunnen een rol spelen bij het opwerpen van barrières tegen georganiseerde criminaliteit. Bijvoorbeeld via (het weigeren van) vergunningen, toezicht en handhaving of het sluiten van panden. Bestuur, beleid en organisatie moeten daar dan ook op zijn ingericht.

In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft Arena Consulting samen met Pro Facto onderzocht hoe gemeenten deze zogenoemde ‘bestuurlijke aanpak’ hebben georganiseerd. Het eindrapport is op 1 oktober jl. door minister Opstelten aan de Tweede Kamer aangeboden.[/vc_column_text][vc_accordion active_tab=”false” collapsible=”yes” title_size=”h6″ style=”2″][vc_accordion_tab title=”Lees verder…”][vc_column_text]Het doel van het onderzoek was het inzichtelijk maken van de stand van zaken in 2012 en de veranderingen ten opzichte van 2009. Op basis van dit inzicht wordt mede bepaald of het landelijke beleid om de bestuurlijke aanpak te bevorderen wordt voorgezet. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een digitale bevraging van alle Nederlandse gemeenten (met een uiteindelijke respons van 75%).

In bestuurlijke zin is er een brede onderkenning van de (potentiële) aanwezigheid van georganiseerde criminaliteit in een gemeente. Verreweg de meest gemeenten erkennen ook dat ze een rol hebben bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en hebben die rol ook beleidsmatig vastgelegd. Dit is een sterke toename van het bestuurlijk bewustzijn ten opzicht van 2009.

De inrichting van de organisatie die invulling moet geven aan de bestuurlijke aanpak laat een wisselend beeld zien. Bijvoorbeeld als het gaat om de aanwezigheid van een vaste werkstructuur, de (digitale) informatievoorziening, de beschikbare capaciteit of de kwaliteitsborging. Over het geheel gezien is bij circa 40% van de gemeenten de bestuurlijke aanpak min of meer structureel geborgd in de organisatie. Bij de overige 60% is dat niet of slechts gedeeltelijk het geval. Het betreft vooral kleine(re) gemeenten waarbij georganiseerde criminaliteit zich minder nadrukkelijk of frequent manifesteert.

De samenwerking via de zogenaamde Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s) wordt over het algemeen positief gewaardeerd door de gemeenten. Gemeenten die de aanpak meer verankerd hebben in de organisatie, zijn daarbij overwegend positiever dan gemeenten die dat niet hebben gedaan. Als algemeen aandachtspunt komt naar voren meer maatwerk richting lokale situatie. Verder hebben kleine gemeenten vooral meer behoefte aan directe ondersteuning bij de uitvoering en zien grotere gemeenten vooral een rol voor het RIEC bij het bevorderen van de samenwerking.

De algemene conclusie is dat het beleid om de bestuurlijke aanpak te versterken gewerkt lijkt te hebben, in elk geval wat betreft het bestuurlijk bewustzijn en het organiseren van de samenwerking via RIEC’s. Het wisselende beeld van de organisatorische verankering wordt als risico gezien voor de continuïteit van de aanpak.

Naar de toekomst toe zijn de volgende aandachtspunten geformuleerd:

  • het borgen van de continuïteit, vooral bij kleinere gemeenten, ook rekening houdend met (grote) verschillen in de aard en het karakter van de (ervaren) problematiek en het organiserend vermogen.
  • het benoemen van een referentiekader voor het ‘goed organiseren’ van de bestuurlijke aanpak met voldoende oog voor maatwerk.
  • de invulling van de (regie)rol van de RIEC’s
  • de meer integrale context waarbinnen de bestuurlijke aanpak bij gemeente gestalte krijgt en gaat krijgen (waaronder financiële taakstelling en groeiend aantal regietaken zoals in de zorg en de volkshuisvesting)
  • de positie van de samenwerking in RIEC-verband in relatie tot andere samenwerkingsconstructies waarin de aanpak van georganiseerde criminaliteit (thema’s) wordt georganiseerd (zoals rond omgevingsdiensten, samenwerking bij de uitvoering van de zorgtaken, met name de handhaving daarbij)

Het onderzoeksrapport is op 1 oktober 2013 door de Minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 29911 nr. 84) en via de website van het WODC te downloaden.

Voor meer informatie:

John Smits[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][/vc_accordion][/vc_column][/vc_row]

Evaluatie Stichting Visitaties Woningcorporaties Nederland

Via de Stichting Visitaties Woningcorporaties Nederland (SVWN) – opgericht door AEDES, VNG, BZK, de Woonbond en de VTW – hebben de meeste woningcorporaties zich verbonden aan het periodiek uitvoeren van visitaties. Enerzijds om verantwoording te kunnen afleggen over hun maatschappelijk presteren. Anderzijds om van de uitkomsten te leren en hun governance te verbeteren. De SVWN zorgt voor het beheer en de (door)ontwikkeling van de visitatiemethodiek, de accreditatie van visiterende bureaus, de toetsing van de kwaliteit van het visitatieproces en het bevorderen van het gebruik van de uitkomsten van visitaties. Arena Consulting voert samen met Beeckk adviseurs een bedrijfsmatige en stratische evaluatie uit van de SVWN.


 

Veranderingen in sector

De sector van woningcorporaties maakt de komende jaren grote veranderingen door. Deels door de economische en financiële crisis, deels door (veranderende) opvattingen over de maatschappelijke rol en gewenste focus van corporaties en deels door discussies over de transparantie en governance van maatschappelijke organisaties en bedrijven. Een en ander heeft tot gevolg dat ook de wettelijke spelregels en financiële speelruimte voor corporaties veranderen. In dat kader wordt ook (meer) transparantie gevraagd van de corporaties, zowel in de vorm van het afleggen van verantwoording als in de vorm van toezicht.

Veranderende positie visitaties

Door de genoemde ontwikkelingen zal de uitvoering van periodieke visitaties echter gaan veranderen van ‘morele zelfbinding’ naar ‘wettelijke verplichting’. Dit maakt dat alle corporaties zijn gehouden aan het uitvoeren van periodieke visitaties. De veranderingen hebben naar verwachting ook gevolgen voor de opzet, inhoud en het gebruik van visitaties en voor de rol en positie van de SVWN.

Doel en focus evaluatie

Het doel van de evaluatie van de SVWN is enerzijds het verbeteren van de huidige taakuitvoering en anderzijds het verkennen van deze toekomstige rol en positie. Daarbij zijn samengevat de volgende vier vragen leidend:

  1. Hoe gaat de SVWN te werk?
  2. In hoeverre werkt de SVWN effectief, efficiënt en transparant? Zowel qua organisatie als qua besturing?
  3. Wat zijn de verbeteropties in het functioneren?
  4. Wat zijn de mogelijke scenario’s voor de toekomstige positionering van het stelsel van beheer en ontwikkeling van visitaties bij woningcorporaties en daarmee de SVWN?

Meer specifiek ligt de focus op de kernprocessen van de SVWN (beheer methodiek, toetsing kwaliteit proces visitaties, bevorderen gebruik, externe communicatie). De evaluatie richt zich niet op de visitatiemethodiek en visitatiepraktijk zelf.

Aanpak en planning

Het onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van gesprekken met de meest direct betrokkenen (directie en medewerkers, raad van toezicht, college van deskundigen, oprichters, geaccrediteerde bureaus, woningcorporaties), documentenanalyse, een online bevraging van alle woningcorporaties en twee werksessies. De evaluatie wordt uitgevoerd in de periode juni 2013 – november 2013.

Meer informatie:
John Smits

 

Georganiseerde veiligheid

Veiligheidszorg neemt een belangrijke plaats in bij de uitvoering van VROM-regelgeving door gemeenten en provincies. Zowel bij de vergunningverlening en handhaving rond bedrijven als bij de inrichting van de openbare ruimte. Niet verworderlijk dat externe veiligheid een van de kernpunten is in het beoogde profiel van regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s). Op basis van de kwaliteitscriteria moet het bevoegd gezag, afhankelijk van de aanwezige bedrijven, twee tot zelfs 13 EV-experts in huis hebben. Hieraan kan bij voorbaat vrijwel geen enkele instantie voldoen. In dat licht is het niet verwonderlijk dat risicovolle bedrijven een belangrijk deel uitmaken van het zogenaamde basistakenpakket dat gemeenten en provincies mogelijk verplicht bij een RUD moeten onderbrengen.

Dit artikel is gepubliceerd in RO-Bulletin nr. 7, november 2010
Download hier het artikel.

John Smits

Onderzoek grondvorm RUD regio Brabant Noord

[vc_row][vc_column][vc_column_text]De regio Brabant Noord heeft medio 2010 Arena Consulting gevraagd de projectleiding te doen voor de verkenning van de contouren van de RUD. In de verkenning zijn met alle instanties (gemeenten, provincie, waterschappen en RMB) één of meer gesprekken gevoerd op bestuurlijk en ambtelijk niveau. De verkenning is inmiddels afgerond en er is in grote lijnen bestuurlijke overeenstemming over de grondvorm van de RUD.

De verkenning laat zien dat – ook los van de discussie over RUD’s en kwaliteitscriteria – vrijwel alle gemeenten zich buigen over de toekomstige organisatie van de VTH-taken. Meestal ook geplaatst in een breder perspectief van organisatieontwikkeling. Uit de verkenning blijkt dat alle gemeenten meerwaarde zien in het verdergaand samenwerken. De meerwaarde kan daarbij per gemeente wel bij verschillende zaken liggen (oplossen specifieke knelpunten, minder kwetsbare organisatie, invullen regie-model, doelmatiger werken etc.).

Op basis van de verkenning zijn randvoorwaarden voor de RUD geformuleerd, zowel wat de aard en bepaling van het takenpakket betreft als wat de organisatie betreft.[/vc_column_text][vc_empty_space][vc_accordion active_tab=”false” collapsible=”yes” title_size=”h6″ style=”2″][vc_accordion_tab title=”Samengevat zijn de belangrijkste:”][vc_column_text]-          focus op milieuwinst en verbeteren van de dienstverlening

–          het bevoegd gezag houdt de bestuurlijke regie

–          de schaal van organiseren moet in balans zijn met de schaal van de opgaven

–          waar mogelijk voortbouwen op het goede dat er al is (laag houden transactiekosten)

–          moet passen binnen bredere ontwikkelingen organisatie openbaar bestuur

–          niet alleen gezamenlijke maar ook eigen organisatie moet robuust kunnen zijn en blijven

–          organisatie is bugettair neutraal ten opzichte van 2010 (en waar mogelijk efficiënter)

–          er is sprake van een groeimodel[/vc_column_text][vc_column_text]De RUD Brabant Noord wordt in beginsel opgezet als een complementaire organisatie, bestaand uit een bestaande gezamenlijke dienst (RMB) en de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch. Deze uitvoeringseenheden zijn juridisch autonoom, maar professioneel en operationeel verweven: waar nodig wordt gebruik gemaakt van elkaars capaciteit en expertise en er komt een harmonisatie van protocollen en formats. Samen kunnen zij een organisatie van 100-150 fte voor de uitvoering van het milieudeel van de VTH-taken op de been brengen.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][vc_accordion_tab title=”De RUD heeft drie kernopdrachten:”][vc_column_text]-          aanpak ketenvraagstukken en milieucriminaliteit

–          ondersteuning uitvoering milieudeel VTH-taken bij BRZO- en IPPC-bedrijven

–          faciliteren innovatie organisatie en aanpak VTH-taken en verzorgen coördinatie en afstemming[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][vc_accordion_tab title=”Lees meer:”][vc_column_text]Daarnaast accommodeert de RUD instanties die ook andere taakonderdelen dan milieu willen onderbrengen.

Wat betreft de ondersteuning van de uitvoering van de BRZO-bedrijven wordt gekozen voor opschaling op provinciaal niveau (en regio Zuid-Nederland). Ook de aanpak van ketenvraagstukken en milieucriminaliteit wordt zo mogelijk provinciaal opgeschaald.

Het huidige SEPH wordt in de RUD-structuur geïntegreerd: programmering en uitvoering zijn niet los van elkaar te zien. Bovendien wordt het SEPH getransformeerd tot een innovatie- en coördinatievoorziening voor de uitvoering van de VTH-taken als geheel.

Bestuurlijk wordt de RUD afgedekt met een bestuursovereenkomst en bilaterale overeenkomsten tussen dienstverleners en opdrachtgevers. Een bestuurlijke regiegroep is verantwoordelijk voor de bestuurlijke aansturing van en het toezicht op de RUD. De dagelijkse leiding ligt bij de twee directeuren van de uitvoeringsstations.

 

 

Belangrijkste voordelen van de constructie zijn de lage transactiekosten en flexibiliteit terwijl aan de andere kant welk kan worden voldaan aan eisen van robuustheid en er ook geen sprake is van vrijblijvendheid.

Het is de bedoeling dat de grondvorm die 2 februari 2011 de instemming heeft gekregen van het regionale portefeuillehoudersoverleg, in het tweede en derde kwartaal van 2011 wordt vertaald in een inrichtingsplan. Daarin worden onder meer de concept-bestuursovereenkomst, de systematiek van kwaliteitsborging en de exacte organisatorische aanhaking van het team ketenvraagstukken en milieucriminaliteit en de innovatievoorziening uitgewerkt.  Verder vindt dan een financiële en organisatorische doorrekening plaats. Op basis daarvan moet een definitief besluit worden genomen over de oprichting van de RUD.

Meer informatie:
John Smits
[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][/vc_accordion][/vc_column][/vc_row]

Provincie Noord-Holland – herijking nalevingstrategie VROM-taken

De vigerende nalevingstrategie van de provincie Noord-Holland is in 2009 aan herziening toe. Belangrijkste aandachtspunten zijn meer samenhang (tussen beleid en uitvoering en tussen instrumenten), meer focus op echte problemen (analoog aan Mans), beter samenspel met het strafrecht en het verhogen van de doelmatigheid van de aanpak.


Samen met Pro-Facto (www.pro-facto.nl) uit Groningen is door Arena Consulting een verkenning uitgevoerd en op basis daarvan een nieuwe strategie opgesteld.

De kern van de strategie is een afwegingskader waarbinnen de mix van de inzet van instrumenten om naleefgedrag te bevorderen, afhankelijk wordt gemaakt van de aard van de overtredingen en het motief van de overtredingen. De uitgangspunten daarbij zijn:

  • Samenhang tussen beleid en uitvoering (sluiten beleidscyclus)
  • Een aanpak die niet alleen effectief is op dossierniveau (afzonderlijke zaken rechtzetten) maar ook op beleidsniveau (bijvoorbeeld realiseren milieudoelstellingen)
  • Oog voor efficiëntie in effectiviteit: aansluitend bij het advies van de commissie Mans veel meer het accent leggen op notoire overtreders
  • Uitgaan van een globale strategie en op basis van feitelijk geconstateerde problemen aanpak op maat uitwerken (voortschrijdend)

Binnen de nalevingstrategie wordt uiteindelijk een onderscheid gemaakt in verschillende typen overtredingen (naar aard en gedragsmotief) die elk een eigen basisstrategie strategie kennen om naleefgedrag te verbeteren. De algemene lijn daarbij is dat het optreden repressiever wordt, naarmate het gedragsmotief meer calculerend is. De nalevingstrategie is nader uitgewerkt voor de volgende domeinen:

  • Preventiestrategie: hoe overtredingen voorkomen?
  • Toezichtstrategie: hoe zicht houden op mogelijke overtredingen en gedragsmotieven?
  • Gedoog- en sanctiestrategie: hoe te handelen als er toch overtredingen zijn?

Meer informatie:
John Smits

 Klik hier  voor meer informatie over de provincie Noord Holland.

Spijkenisse – Doorlichting sector inwoners

De gemeente Spijkenisse wil haar organisatie nog meer op het klantproces inrichten. Een belangrijke doelstelling daarbij is het doelmatiger laten verlopen van de werkprocessen. In navolging van de doorlichting van de sector Stad & Wijk in 2009 heeft de gemeente aan Arena Consulting gevraagd de sector Inwoners door te lichten.

De doorlichting is uitgevoerd aan de hand van negen werkprocessen op het vlak van onder meer Wmo, armoedebeleid, onderzoek adressen, doorgeleiding uitkering naar werk en het arbeidsmarktbeleid. Als basis voor de doorlichting zijn zogenaamde Brown-Paper sessies georganiseerd. Hierbij wordt aan de hand van bestaande documentatie en een gedachtewisseling met de medewerkers een reconstructie van de processen gemaakt en geïdentificeerd waar mogelijke fricties zitten. Wat betreft de doelmatigheid is daarbij vanuit verschillende invalshoeken gekeken:

–          De medewerker (werkdruk)

–          Het proces (vertraging, stuwing)

–          De klant (snelheid, eenduidigheid, samenloop, repeterende processen etc.)

–          De organisatie (schaal, volume, dubbelingen etc.)

Analytisch is een onderscheid gemaakt naar drie typen processen: de beleidscyclus, ketens en het integrale klantproces.

Op basis van de doorlichting zijn algemene adviezen gegeven voor de organisatie-ontwikkeling (met name: hoe ‘anders tegen werk aankijken’) en zijn per werkproces – waar relevant – concrete aanbevelingen gedaan.

Meer informatie:
John Smits

Toets der kwaliteit; onderzoek naar kwaliteit van kwaliteitscriteria VROM regelgeving afgerond

Op 18 november 2009 zijn de resultaten van de ex ante evaluatie over de kwaliteitscriteria omgevingsrecht vrijgegeven. De evaluatie is uitgevoerd door Arena Consulting in opdracht van IPO en VROM. Er is veel kritiek iop de criteria, maar er zijn ook veel misverstanden, onjuiste aannames en verschillende percepties. Dit is vooral terug te voeren op de waarop het proces is verlopen en de de wijze waarop de criteria zijn gepresenteerd en vormgegeven. De basisgedachte dat kwaliteitscriteria nodig en zinvol zijn, hoeft niet ter discussie te staan. Wel is een aantal methodologische aanpassingen (zoals ontvlechting van een aantal eisen) nodig. Zeker zo belangrijk is de wijze waarop de criteria worden gebruikt en hoe het proces van kwaliteitsverbetering gestalte krijgt. De belangrijkste procesaanbevelingen zijn een vergaande verheldering van de criteria, het primaire gebruik als diagnoseinstrument en het gefaseerd uitvoeren van de kwaliteitssslag. Dit laatste ook met voldoende oog voor de bredere ontwikkelingen bij gemeenten. Het evaluatierapport is hier te downloaden.

Utrecht – beleid externe veiligheid

In verband met de toenemende ruimtevraag vanuit de regelgeving voor externe veiligheid (EV), de introductie van BEVI en noodzaak van beleid voor transport gevaarlijke stoffen heeft Arena Consulting (2006) in nauwe samenwerking met specialisten van de gemeente en brandweer het proces ten behoeve van het beleid voor externe veiligheid begeleid. Dit is vervolgens door de gemeente Utrecht nader uitgewerkt en begin 2007 door B&W vastgesteld.

Klik hier voor meer informatie over de gemeente Utrecht.

Oss – Toekomstige organisatie vergunningverlening en handhaving

Rond het taakveld vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) dienen zich veel veranderingen aan. Zowel door wetgeving, maatschappelijke eisen, technologische ontwikkelingen als door veranderende visies op organiseren. De gemeente Oss wil een strategische verkenning rond deze bewegingen en aan de hand van een aantal scenario’s verkennen hoe de organisatie van de afdelingen vergunningverlening en handhaving er over een jaar of vijf uit zouden kunnen zien.

De verkenning wordt uitgevoerd op basis van het ARgos-model van de Arena Consulting Group. Het resultaat van de verkenning is een positionpaper toekomstige organisatie VTH. De verkenning zal naar verwachting medio 2007 worden afgerond.

Meer informatie:
John Smits
Frank van Nijkerken

Klik hier  voor onze pagina over de gemeente Oss.

IPO – Position paper VTH-Delta provincies

De provincies hebben enerzijds ambities geformuleerd over hun toekomstige rol in het milieubeleid: een duurzame ontwikkeling: de rol in het milieubeleid, de interbestuurlijke verhoudingen, de bestuurslasten etc. Anderzijds hebben de provincies te maken met een reeks van ontwikkelingen waar ze zelf geen (directe) invloed op hebben: veranderende wetgeving, ICT-ontwikkelingen, verschuivingen in organisatievormen etc. Vooral rond het taakveld vergunningverlening, toezicht en handhaving (inclusief regie) is sprake van een stroom van ontwikkelingen: Wabo, Activiteiten Amvb, EU-regelgeving, nieuwe Wro etc. De zogenaamde VTH-Delta.

Binnen deze context heeft het IPO aan de Arena Consulting Group gevraagd een positionpaper te schrijven rond mogelijke scenario’s inzake de VTH-Delta. Het positionpaper is een belangrijke onderligger voor de bestuurlijke positiebepaling die medio 2007 gestalte krijgt.

Meer informatie:
John Smits

Provincie Noord-Brabant – impuls handhavingssamenwerking

De handhavingssamenwerking in Noord-Brabant kent een lange traditie. Deze staat dan ook niet ter discussie. De partners stellen wel vast dat de samenwerking een nieuwe inhoudelijke en bestuurlijke impuls nodig heeft. Aan de Arena Consulting Group is gevraagd om het proces te ondersteunen om tot tot nieuwe gezamenlijke prioriteiten te komen. Een van de aandachtspunten daarbij is handhaving op de bredere bestuurlijke agenda te krijgen. Bijvoorbeeld bij de opgaven in de ontwikkeling van het landelijk gebied, het klimaatvraagstuk of de leefbaarheid in de woon- en werkomgeving.

Meer informatie:
John Smits

Klik hier voor meer informatie over de provincie Noord Brabant.

RIZA / ministerie van V&W – Scenario’s omgaan met beleidsevaluaties

Het DG Water van het ministerie van Verkeer en Waterstaat wil beleidsevaluaties een meer vaste plaats in de beleidscyclus geven. Dit mede in het licht van een nieuwe sturingsfilosofie en de opgaven in Waterkoers II. Pogingen om daartoe te komen in 2005 en 2006 leidden echter niet tot het gewenste resultaat. Het RIZA heeft aan Arena Consulting gevraagd een analyse te maken van de verstorende factoren binnen de organisatie op dit punt en te verkennen welke alternatieven er zijn.

Op basis van gesprekken met medewerkers van DG Water, RIZA en externen is een aantal scenario’s ontwikkeld voor een structurele aandacht voor evaluaties. Daarbij is mede gekeken naar de ervaringen en praktijken bij de departementen van Justitie, VROM en LNV.

Meer informatie:
John Smits