Skip to main content

Verkenning naar versterking van het interbestuurlijk toezicht op het omgevingsrecht

In opdracht van het Interprovinciaal Overleg (IPO) voerde Arena Consulting in 2025 een verkenning uit naar de toekomst van het interbestuurlijk toezicht op het omgevingsrecht (IBT-O). Aanleiding was de gezamenlijke wens van provincies om het toezicht meer te harmoniseren, te versterken en beter te positioneren binnen het stelsel van de Omgevingswet.

Het IBT is een belangrijke waarborg in het decentraal bestuur: provincies zien erop toe dat gemeenten hun wettelijke taken zorgvuldig uitvoeren. Uit de verkenning blijkt dat het IBT-O juridisch stevig is verankerd, maar in de uitvoering en organisatie nog kwetsbaar. Er zijn grote verschillen tussen provincies in werkwijze, focus en capaciteit.

Om inzicht te krijgen in de versterkingsmogelijkheden is het toezicht geanalyseerd aan de hand van acht bouwstenen, zoals ambitie en doel, rol en positie, oordeelsvorming, interventiestrategie, rapportage en kwaliteitsborging. Op basis daarvan zijn drie scenario’s uitgewerkt voor de toekomst: van organische groei tot programmatische harmonisatie.

De verkenning adviseert provincies om te kiezen voor een gedeelde basislijn – een gezamenlijke standaard voor kernonderdelen van het toezicht, met ruimte voor provinciale accenten. Zo kan het IBT-O zich ontwikkelen tot een meer samenhangend, transparant en betekenisvol toezicht, dat niet alleen naleving toetst, maar ook bijdraagt aan bestuurskracht, lerend vermogen en een gezonde leefomgeving.

Actualisering VTH-beleid en uitvoering

Gemeenten staan voor de opgave hun beleid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) te actualiseren – niet alleen voor het omgevingsrecht, maar ook voor de APV en bijzondere wetten. De komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen vraagt om een nieuwe balans tussen ruimte bieden en regels bewaken.

Arena Consulting ondersteunt gemeenten daarbij met een vaste, beproefde aanpak die de VTH-functie nadrukkelijk positioneert binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet – als schakel tussen visie, uitvoering en leefomgevingskwaliteit.

Onze aanpak

We werken met een gestructureerde en interactieve aanpak die leidt tot een actueel, uitvoerbaar en gedragen VTH-beleidsplan. De actualisering verloopt in zes stappen:

  1. Aftrap en verkenning – samen bepalen we de uitgangspunten, planning en betrokkenheid van bestuur en organisatie.
  2. Evaluatie bestaand beleid – wat ging goed, wat kan beter en welke lessen nemen we mee?
  3. Risicoanalyse – voor het omgevingsrecht én – waar gewenst – de APV/bijzondere wetten brengen we de belangrijkste risico’s in beeld met een op maat gemaakt risicomodel.
  4. Omgevingsanalyse – in werksessies met VTH- en beleidsmedewerkers verbinden we VTH met de bredere bestuurlijke opgaven zoals wonen, erfgoed, duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid.
  5. Uitvoeringsstrategie – we werken uit hoe vergunningverlening, toezicht en handhaving worden ingezet, met aandacht voor risicosturing, preventie en samenwerking.
  6. Organisatie en capaciteit – met een calculatiemodel berekenen we de benodigde inzet en vertalen we de strategie naar rollen, samenwerking en kwaliteitsborging.

Het nieuwe beleidsplan bevat zo risicogestuurde én opgavegerichte prioriteiten. Het uitvoeringsprogramma (met meerjaren-doorkijk) en jaarverslag sluiten hier direct op aan, zodat beleid, uitvoering en monitoring één geheel vormen.

Resultaat

Een praktisch en bestuurlijk sterk VTH-beleidsplan dat:

  • voldoet aan de wettelijke eisen van het Omgevingsbesluit;
  • de VTH-cyclus (beleid – uitvoering – monitoring – bijsturing) sluitend maakt;
  • en de inzet van VTH zichtbaar verbindt met de gemeentelijke opgaven en Omgevingsvisie.

Recente opdrachtgevers zijn onder meer de gemeenten Harderwijk, Rheden, Valkenburg aan de Geul, Oss, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Veenendaal, IJsselstein, Schiermonnikoog, Vijfherenlanden en de West-Friese gemeenten.

Omgevingswet: Organiseer zelf een werkplaats

Afgelopen jaren was onze adviseur Jos Dolstra een deel van zijn tijd actief als werkplaatsbegeleider bij het programma Aan de slag met de Omgevingswet. Hij heeft een groot aantal werkplaatsen over de Omgevingswet mogen begeleiden. De werkplaats blijkt een goede werkvorm voor Omgevingswet-gerelateerde vraagstukken.

Daarnaast hebben de werkplaatsbegeleiders veel inzicht gekregen in wat goed en wat minder goed werkt. Else Sneller en Jos Dolstra hebben, met input van diverse andere collega’s, daarom de overkoepelende lessons learned van onze werkplaatsen, met de belangrijkste lessen en praktijkvoorbeelden, vastgelegd.

Meer informatie via de site van Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) of via deze powerpoint van IPLO.

Lees meer over onze diensten

Fusiekoffer omgevingsdiensten beschikbaar

Alle omgevingsdiensten hebben vóór 1 april 2024 een plan van aanpak gemaakt waarin zij aangeven welke stappen nodig zijn om in 2026 een robuuste organisatie te zijn. Eén van de opties is het opschalen door het samengaan met een andere omgevingsdienst. De Staatssecretaris van IenW heeft al eerder een oproep gedaan om deze optie serieus te verkennen. Ook in de tussentijdse evaluatie van het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (“Tijd op door te pakken”, 15 maart 2024) komen mevrouw Sorgdrager en de heer Van Aartsen, als leden van de oorspronkelijke adviescommissie VTH, met het advies om te zorgen voor een noodzakelijke verkleining van het aantal omgevingsdiensten.

De Omgevingsdienst Veluwe is de eerst gefuseerde omgevingsdienst in Nederland. De ervaringen bij deze fusie en de ontwikkelde producten zijn verwerkt in een Fusiekoffer. De Fusiekoffer is ontwikkeld door de Omgevingsdienst Veluwe in samenwerking met de adviseurs van Arena Consulting die het fusieproces bij Omgevingsdienst Veluwe hebben begeleid. De Fusiekoffer is een product van het Interbestuurlijk Programma en beschikbaar voor omgevingsdiensten en bevoegd gezagen die overwegen of te maken krijgen met een fusieproces.

Download hier het PDF-document Fusiekoffer

Wilt u meer informatie of eens bespreken hoe wij u kunnen ondersteunen bij robuust worden? Neem dan contact op met onze adviseur Frank van Nijkerken via 06-15 09 30 03 of nijkerken@arenaconsulting.nl

Meer weten over het VTH-beleid

Meer weten over Omgevingsdiensten

Governance en VTH-samenwerking regio Twente

In Twente werken de 14 gemeenten, de provincie Overijssel en diverse ketenpartners al geruime tijd beleidsmatig samen op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Omgevingsrecht, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Vanuit een evaluatie was er de behoefte om tot versterking van de samenwerking te komen om zodoende meer efficiënt en effectief invulling te kunnen geven aan de beleidsmatige VTH-opgaven in samenhang tot bestuurlijk relevante thema’s als Ondermijning, Energie, Omgevingswet, Biogas-opgaven. Arena Consulting begeleidde het proces om tot verbetering van de governance te komen.

Bekijk hier de site van de regio Twente.

Meer weten over het VTH-beleid

Meer weten over Omgevingswet

Meer weten over Ondermijning

Actualiseringen VTH-beleidsplan SED

De ambtelijke fusie-organisatie van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (SED) heeft Arena gevraagd het VTH-beleidsplan, -programma en verslag te actualiseren. Dit in opdracht van het RIEC-Noord-Holland.  Bij deze actualisering wordt ook specifiek gekeken naar de gevolgen van de Omgevingswet voor het beleid en de uitvoering. Daarnaast wordt de inzet van VTH ook meer in het licht van de bestuurlijke- en beleidsmatige opgaven van de gemeenten geplaatst. Het laatste vooral ook met als doel om aanschouwelijk(er) te maken wat de bestuurlijke opgaven betekenen voor de inzet van VTH en wat de inzet van VTH bijdraagt aan het realiseren van die opgaven.

Meer weten over het VTH-beleid

Meer weten over Omgevingswet

Professionaliseringsslag VTH-beleidscyclus gemeente Oss

Arena Consulting is gevraagd om de gemeente Oss te ondersteunen bij het verder professionaliseren van de PDCA-cyclus rond het VTH-uitvoeringsprogramma. Hierin wordt ook de Omgevingswet meegenomen die nieuwe eisen stelt aan de inhoud en proces van de uitvoering.

De gemeente Oss ervaart dat er te weinig te verbinding is tussen beleid en uitvoering van de VTH-taken. De uitvoering is beperkt betrokken bij beleidsvorming en andersom vindt er beperkt terugkoppeling plaats over de resultaten en ervaring in de uitvoering. De disciplines zouden naast elkaar moeten fungeren. Zo ontstaat er een integrale manier van werken en worden instrumenten meer in samenhang toegepast. Tevens moet een reëel beeld ontstaan wat de bijdrage is van VTH bij de opgaven in Oss waar het gaat om leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid. Dat betekent ook die bijdrage meer aanschouwelijk maken voor de gemeenteraad.

De gemeente geeft onze adviseurs als uitgangspunten mee een meer opgave gestuurde inzet van VTH, goede en gelijkwaardige verbinding tussen beleid en uitvoering en een betere beheersing van de uitvoering. Onze inspanningen moeten ertoe leiden dat er een actueel VTH-uitvoeringsprogramma – en verslag komt, er een betere monitoring van beleid en uitvoering is en dat er een proces op gang komt waarbij er meer integraal gewerkt wordt. Als eerste concrete resultaat wordt een meer bestuurlijk uitvoeringsprogramma 2024. De professionalisering als geheel is een groeiproces.

De opdracht wordt uitgevoerd door John Smits.

Foto: Gemeente Oss

Meer weten over VTH-beleid

Lingewaard vraagt om ondersteuning bij omgevingsprogramma

De gemeente Lingewaard kiest opnieuw voor Arena Consulting. Onze adviseurs zijn in het recente verleden betrokken geweest bij een begeleidingstraject voor het omgevingsplan en een themadag voor verdere verdieping. Nu is er een nieuwe vraag gesteld: “Kan Arena de gemeentelijke projectleider verder begeleiden bij de verkenning van de inzet van het kerninstrument omgevingsprogramma?” De opdracht is een vervolg op de eerdere opdrachten.

 

Omgevingsprogramma

Onze adviseur Jos Dolstra gaat weer voor Lingewaard aan de slag. Er worden een vijftal sessies aangeboden waar ook de relatie wordt gelegd met de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Waar een omgevingsvisie meer aangeeft waar de gemeente naar toe wil, geeft de gemeente in een programma vooral aan hoe ze doelen wil bereiken. Het werken met programma’s onder de Omgevingswet vraagt om een andere benadering van het werkproces dan dat nu vaak met sectoraal ruimtelijk beleid het geval is. Het werken met programma’s biedt kansen om vorm te geven aan het ‘anders werken’ onder de Omgevingswet.

Sessies

In de vijf sessies wordt het gebruik van het kerninstrument programma verder verkend en vormgegeven. Bij de sessies zijn de medewerkers betrokken die het meest gaan werken met de omgevingsprogramma’s en betrokken zijn bij de implementatie. In de sessies wordt geïnformeerd en gewerkt aan de voorbereiding voor de op te stellen programma’s.

Tijdens de sessies wordt continue besproken waar behoefte aan is en wordt maatwerk geleverd. Onze adviseur Jos Dolstra heeft ruime ervaring in het begeleiden van gemeenten in het kader van implementatie van de Omgevingswet.

Meer weten over onze aanpak? Neem contact op met een van onze adviseurs.

Foto: Gemeente Lingewaard

Lees meer over onze diensten

Meer weten over het omgevingsplan

Meer weten over de Omgevingswet

Doorontwikkeling governance en VTH-samenwerking regio Twente

In regio Twente werken 14 gemeenten, de provincie, de Omgevingsdienst Twente en diverse ketenpartners samen in de VTH-opgave. Vanuit een evaluatie is er de wens om tot verbetering van de VTH-samenwerking in brede betekenis te komen, d.w.z. op alle niveaus en zowel in het besturingsmodel als het samenwerkingsmodel. Een specifiek aandachtspunt daarbij is de borging van de (regionale) resultaten uit het implementatieproces Omgevingswet.

Integraal samenwerken voor een omgevingsplan

De datum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt dichterbij.

Bij het ingaan van de Omgevingswet ontstaat van rechtswege een tijdelijk deel van het omgevingsplan. Gemeenten krijgen tot 2030 de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een omgevingsplan.

In 2019 besloot de gemeente De Fryske Marren zich te laten begeleiden door adviseur Jos Dolstra van Arena Consulting. Een samenwerking die Piet Loonstra, projectleider van de gemeente voor het omgevingsplan, tot nu toe goed bevalt.

Een sessie met impact: samen vooruit

“We weten al geruime tijd dat we als gemeenten aan de slag moeten met de Omgevingswet en het instrument omgevingsplan. In augustus 2019 adviseerde een collega om met Jos Dolstra contact te hebben. Hij is al ruim 10 jaar betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet en zijn specialisatie ligt bij het omgevingsplan. Na een dagdeel met Jos werd mij toen wel duidelijk dat we ook externe, professionele begeleiding nodig hadden bij het hele proces”, zegt Piet Loonstra.

Jos hielp ons bij de voorbereidingsfase om samen te komen tot een plan van aanpak en zorgde er voor dat professionals het instrument omgevingsplan beter leerden kennen.  Maar maakt zelf geen omgevingsplan.

Foto: Sloten is een vestingstad in de gemeente De Fryske Marren

Jos Dolstra: “Op 8 oktober 2019 was de kick-off bijeenkomst voor de gemeentelijke organisatie.  Toen was nog niet iedereen doordrongen van zijn eigen rol bij de totstandkoming van het omgevingsplan. Het was vooral een project van Piet en de rest had alleen op hoofdlijnen wat kennis nodig.” Piet vult aan: “Wat Jos goed deed, is dat hij startte met een inhoudelijke inleiding. Hij bracht alle aanwezigen zo snel mogelijk op een minimaal benodigd basisniveau. De groep bestond uit specialisten van Ruimtelijke Ontwikkeling (RO) en Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH), maar ook van dienstverlening, communicatie en ICT. Hij liet het niet alleen bij theorie, maar ging met de groep oefenen aan een stukje van het omgevingsplan. Na enkele dagdelen was iedereen zich bewust van zijn eigen rol en inbreng bij dit proces.”

“Een leerpunt was dat we met een grote groep startten. Zo’n 22 mensen vanuit gemeente, brandweer, waterschap, omgevingsdienst en GGD waren bij de kick off aanwezig. Dat bleek een te grote groep om actief mee aan de slag te gaan, terwijl je tegelijkertijd iedereen wel in de nieuwe werkwijze wilde meenemen” aldus Jos. De oplossing werd gevonden in het werken in kleinere groepen aan concrete en voor de specialisten die aan tafel zaten herkenbare casussen. Het oefenen met het omgevingsplan kost tijd. “En tijd is met alle taken die op de medewerkers afkomen schaars” vult Piet aan.  Zijn tip: betrek niet alleen de programmamanager, maar ook de teammanagers van de betrokken teams zodat zij het belang gaan inzien en capaciteit vrij maken.

Integraal samenwerken: disciplines bij elkaar

Het hele traject start met een verkenning van de materie en elkaars rol daarbij. De eerste bijeenkomsten werden breed opgezet. Naast de gemeentelijke medewerkers werden ook partners zoals de brandweer, GGD, waterschap en veiligheidsregio erbij betrokken. “We gingen aan de slag met twee sporen:

  1. Samen bespreken hoe te komen tot een plan van aanpak en een notitie over de overgangsfase.
  2. Een leer- en oefentraject om professionals bekend te maken met het omgevingsplan en te laten ervaren tegen welke zaken je aanloopt.

Het tempo zat er goed in toen we in maart 2020 werden geconfronteerd met corona. Daar hebben we ook flexibel onze weg in gevonden. Het proces voor de overgangsnotitie werd digitaal en was in kleiner verband ook goed uitvoerbaar. Het resulteerde in een concreet product waar het college akkoord op heeft gegeven”, zegt Jos.

Het oefen- en leertraject had wat meer tijd nodig om tot een goede digitale modus te komen. Piet: “Ook die hobbel werd genomen. De collega’s hadden om de twee, drie weken sessies en daarnaast werd er huiswerk meegegeven. Dat was en is noodzakelijk om naar elkaar toe te groeien. Iedere professional heeft verstand van zijn eigen vakgebied. Inbreng vanuit het vakgebied werkt bij het huidige bestemmingsplan. Straks is het noodzakelijk dat je ook kennis hebt van elkaars vakgebieden. Voor alle beleidsmedewerkers veranderen de procedures. Je moet elkaar dus begrijpen en je moet weten wat er nodig is om het omgevingsplan vorm te kunnen geven. Dat kost nu eenmaal tijd.”

Foto: Links Jos Dolstra (Arena Consulting) en rechts Piet Loonstra (De Fryske Marren)

De winkel blijft open

En tijd kan nog wel eens een probleem zijn, omdat de winkel open blijft en iedereen te maken heeft met de waan van dag. “Je ziet dat de verleiding er is om dan te kiezen voor het werk dat op korte termijn moet gebeuren. Belangrijk is dat er in de organisatie prioriteiten worden gesteld. Leidinggevenden moeten medewerkers de ruimte en tijd geven om zich de materie eigen te maken. 2029 lijkt nog ver weg, maar je kunt het niet vooruit blijven schuiven. Bovendien moet je al wel in staat zijn het omgevingsplan van rechtswege te wijzigen zodra de Omgevingswet in werking treedt. Ervaring opdoen met het instrument is dus noodzakelijk”, aldus Jos.

Piet: “Ik hoor wel eens dat De Fryske Marren voorop loopt en al ver is in het hele traject. We hebben inmiddels behoorlijk wat kennis. Daardoor lopen we weer tegen allerlei nieuwe vragen aan. Door het oefen- en leertraject hebben collega’s van elkaar gezien dat iedereen weer anders naar de materie kijkt. Dit leidt intern tot het voeren van waardevolle gesprekken.”

Marktverkenning en uitvraag

Piet en Jos hebben ook samen opgetrokken bij de marktverkenning die volgde op het traject. Ook heeft Jos de gemeente geadviseerd bij de uitvraag om een bureau te selecteren dat de gemeente gaat helpen het omgevingsplan daadwerkelijk op te stellen. Inmiddels is een bureau geselecteerd en de opdracht verstrekt. Piet vervolgt: “De Omgevingswet geeft gemeente de ruimte zelf alles in te kleuren en blanco te beginnen. Toch blijkt er behoefte aan een standaard. Wij hebben daarom het standaardomgevingsplan van KuiperCompagnons aangeschaft. Dit raamwerk biedt enerzijds houvast en anderzijds veel keuzevrijheid. De standaard helpt ons om uiteindelijk te komen tot een maatwerk omgevingsplan voor De Fryske Marren. En dat willen we samen doen met een marktpartij. Wij weten inmiddels op ambtelijk niveau wat we in grote lijnen willen, maar we hebben een specialist nodig die helpt bij het daadwerkelijk formuleren van de regels. Jos heeft ons geholpen bij de selectie van een bureau dat dit kan verzorgen.”

Dit artikel is in stand gekomen met medewerking van de gemeente De Fryske Marren en de VNG. 

Lees meer over onze diensten

Meer weten over het omgevingsplan

Meer weten over de Omgevingswet

Komen tot een goed omgevingsplan kost tijd

De datum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt dichterbij. Hoewel deze al een aantal keer is verplaatst lijkt 1 juli 2023 toch echt de invoeringsdatum te worden.

 

Bij het ingaan van de Omgevingswet ontstaat van rechtswege een tijdelijk deel van het omgevingsplan. Gemeenten krijgen tot eind 2029 de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een omgevingsplan.

Om daartoe te komen heeft gemeente De Fryske Marren in 2019 besloten zich te laten begeleiden door adviseur Jos Dolstra van Arena Consulting. Een samenwerking die Piet Loonstra, projectleider van de gemeente voor het omgevingsplan, tot nu toe goed bevalt. In dit artikel laten we beide heren aan het woord over het proces dat tot dusver is doorlopen.

Een sessie met impact

“We weten al geruime tijd dat we als gemeenten aan de slag moeten met de Omgevingswet en het instrument omgevingsplan. In augustus 2019 werd ik door een collega geadviseerd om eens met Jos Dolstra contact te hebben over het omgevingsplan. Hij is al ruim 10 jaar betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet en gespecialiseerd in het omgevingsplan. Ik vroeg hem om een kick off te verzorgen voor mij en enkele collega’s om het voorbereiden van de gemeente op het omgevingsplan te starten. In een dagdeel praatte hij ons bij. Het was mij toen wel duidelijk dat we ook externe, professionele begeleiding nodig hadden bij het hele proces”, zegt Piet Loonstra.

Foto: Sloten is een vestingstad in de gemeente De Fryske Marren

Voor de duidelijkheid is het goed om te vermelden dat Arena geen omgevingsplannen maakt. Arena helpt gemeenten bij de voorbereidingsfase om samen te komen tot een plan van aanpak en zorgt dat professionals het instrument omgevingsplan beter leren kennen. Jos Dolstra: “Op 8 oktober 2019 was de kick-off bijeenkomst voor de gemeentelijke organisatie. Je merkte toen nog dat niet iedereen doordrongen was van zijn eigen rol bij de totstandkoming van het omgevingsplan. Er heerste nog de gedachte dat het vooral een project van Piet was en dat de rest alleen op hoofdlijnen wat kennis nodig had.” Piet vult aan: “Wat Jos goed deed is dat hij startte met een inhoudelijke inleiding. Hij bracht alle  aanwezigen zo snel mogelijk op een minimaal benodigd basisniveau. De groep bestond uit specialisten van RO en VTH, maar ook van dienstverlening, communicatie en ICT. Hij liet het niet alleen bij theorie, maar ging vooral ook met de groep oefenen aan een stukje van het omgevingsplan. Na enkele dagdelen was iedereen zich bewust van zijn eigen rol en inbreng bij dit proces.”

Disciplines bij elkaar

Het hele traject begint vooral met een verkenning van de materie en elkaars rol daarbij. De eerste bijeenkomsten werden breed opgezet. Naast de gemeentelijke medewerkers werden ook partners zoals de brandweer, GGD, waterschap en veiligheidsregio erbij betrokken. “We gingen aan de slag met twee sporen. Een leer- en oefentraject om professionals bekend te maken met het omgevingsplan en te laten ervaren tegen welke zaken je aanloopt. Het 2e spoor was bespreken hoe gezamenlijk te komen tot een plan van aanpak en een notitie over de overgangsfase. Het tempo zat er goed in toen we in maart 2020 werden geconfronteerd met corona. Alle fysieke bijeenkomsten werden geschrapt”, vertelt Jos.

Maar ook hier vond de gemeente samen met de adviseur van Arena Consulting zijn weg in. Het proces voor de overgangsnotitie bleek ook digitaal en in kleiner verband goed uitvoerbaar te zijn. Het resulteerde in een concreet product waar het college uiteindelijk akkoord op heeft gegeven. Het oefen- en leertraject had wat meer tijd nodig om tot een goede digitale modus te komen. Piet: “Maar ook die hobbel werd genomen. De collega’s hadden om de twee, drie weken sessies en daarnaast werd er ook huiswerk meegegeven. Dat was en is noodzakelijk om naar elkaar toe te groeien. Iedere professional heeft verstand van zijn eigen vakgebied. Deze manier van werken werkt bij het huidige bestemmingsplan, maar straks is het noodzakelijk dat je ook kennis hebt van elkaars vakgebieden. Voor alle beleidsmedewerkers veranderen de procedures. Je moet elkaar dus begrijpen en je moet weten wat er nodig is om het omgevingsplan vorm te kunnen geven. Dat kost nu eenmaal tijd.”

Foto: Links Jos Dolstra (Arena Consulting) en rechts Piet Loonstra (De Fryske Marren)

De winkel blijft open

En tijd kan nog wel eens een probleem zijn omdat de winkel open blijft en iedereen te maken heeft met de waan van dag. “Je ziet dat de verleiding er is om dan te kiezen voor het werk dat op korte termijn moet gebeuren. Belangrijk is dus ook dat er in de organisatie prioriteiten worden gesteld. Leidinggevenden moeten ook echt medewerkers de ruimte en tijd geven om zich de materie eigen te maken. 2029 lijkt nog ver weg, maar je kunt het niet vooruit blijven schuiven. En bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 2023 is het wel heel handig als je weet hoe je moet werken met het omgevingsplan. Ervaring opdoen met het instrument is dus noodzakelijk”, aldus Jos.

Piet: “Ik hoor wel eens dat De Fryske Marren voorop loopt en al ver is in het hele traject. Zelf heb ik dat gevoel niet altijd en dat komt vooral omdat we dankzij Jos zo’n verdiepingsslag hebben gemaakt. We hebben inmiddels zoveel kennis dat we daardoor ook weer tegen allerlei nieuwe vragen aanlopen. Door het oefen- en leertraject hebben collega’s ook van elkaar gezien dat iedereen weer anders naar de materie kijkt.”

Marktverkenning en uitvraag

De eerste fase met Jos beviel zo goed dat De Fryske Marren hem ook vraagt voor fase 2. Dat is de marktverkenning en de uitvraag om tot een keuze te komen voor een bureau dat helpt bij het maken van het omgevingsplan. “De Omgevingswet geeft gemeente de ruimte zelf alles in te kleuren en blanco te beginnen. Dat vind ik eerlijk gezegd jammer. Wij hebben daarom besloten om het standaardomgevingsplan van KuiperCompagnons aan te schaffen. Dit raamwerk biedt ons houvast en helpt ons om uiteindelijk te komen tot een maatwerk omgevingsplan voor De Fryske Marren. En dat willen we samen doen met een marktpartij. Wij weten inmiddels op ambtelijk niveau wat we in grote lijnen willen, maar we hebben een specialist nodig die helpt bij het daadwerkelijk formuleren van de regels. Daarvoor is routine nodig en die hebben we niet bij onze gemeente. Daarom hebben we Jos gevraagd ons te helpen met de marktverkenning, aanbesteding en offertebeoordeling”, zegt Piet. Op dit moment zijn er vier bureaus geselecteerd. In mei 2022 vindt de selectie plaats en wordt bekend welke partij De Fryske Marren gaat begeleiden om samen te komen tot het definitieve omgevingsplan. Jos helpt ons ook bij het kiezen van het juiste bureau.


Bergbeklimmen

Er heerst tevredenheid bij projectleider omgevingsplan Piet Loonstra. “Jos heeft een vliegwielfunctie vervult in het hele proces. Zonder hem hadden we nu niet op dit punt gestaan. Het is een immense klus en Jos heeft ons stapsgewijs in het proces meegenomen. Ik zie als het beklimmen van een berg. Jos heeft ons het bergbeklimmingsmateriaal en de instructies gegeven en wij zijn nu als gemeente op weg naar de top. Die hebben we nog niet bereikt, maar dankzij Jos zijn we wel al een aardig eind op weg.”

De werkzaamheden voor Jos Dolstra stoppen als de keuze voor het bureau in mei 2022 is gemaakt. “Maar…” zegt Piet. “We houden Jos zeker in gedachten. We hebben hem immers naar zijn eerste opdracht ook een tweede opdracht gegeven. Wie weet komt er in de toekomst nog wel een 3e verzoek bij. Ik kan mij voorstellen dat we hem in de toekomst vragen nog eens mee te kijken naar de voortgang van het proces. Wij kunnen Arena Consulting bij iedere gemeente aanbevelen die nog zoekende is in het proces omgevingsplan.”

Lees meer over onze diensten

Meer weten over het omgevingsplan

Meer weten over de Omgevingswet

Artikel: Energietransitie en de relatie met de Omgevingswet

Het Nationaal Programma RES, kortweg NP RES, is opgericht ter ondersteuning van regio’s bij het maken van een Regionale Energiestrategieën (RES). Kristel Lammers is directeur van het NP RES. Onze adviseur Jos Dolstra sprak met haar over de energietransitie en de relatie met de Omgevingswet voor een artikel in het blad Milieu (uitgave van de VVM, het netwerk van milieuprofessionals).

Lees verder

Ondersteuning omgevingsplan gemeente De Fryske Marren

Ondersteuning van de projectgroep omgevingsplan van de gemeente De Fryske Marren bij het voorbereiden op implementatie van het omgevingsplan.

Ondersteuning omgevingsplan

Het project verloopt langs 2 lijnen: het ontwerpen van een stukje omgevingsplan voor twee deelgebieden en het verkennen van de invulling van de overgangsfase tot 2029. Aanvullende informatie over de gemeente:

Ontstaansgeschiedenis
De gemeente is een fusie tussen Gaasterland-Sloten, Lemsterland, Skarsterlân en een gedeelte van Boornsterhem rond Terhorne. De gemeente telt ongeveer 51.430 inwoners, met het stadje Sloten en de grootste plaatsen Balk, Joure en Lemmer. Het wetgevingstraject liep vanaf medio 2011. In het najaar van 2012 is een wetsvoorstel ingediend (kamerstuk 33496 2012-2013). In 2013 is het voorstel door zowel Tweede als Eerste Kamer vastgesteld.

Naam
De naam verwijst naar de Friese meren. De gemeente droeg vanaf de instelling op 1 januari 2014 officieel de naam De Friese Meren. De gemeenteraad heeft echter altijd de bevoegdheid om de naam van de gemeente te wijzigen. Gelijktijdig met de raadsverkiezingen werd een consultatie georganiseerd. Bewoners mochten zelf voorstellen indienen voor de gemeentenaam. Hierin koos 42,4% voor De Friese Meren, 41,6% voor de Friestalige variant (De Fryske Marren). Voorts werden er ook veel andere namen voorgesteld zoals ‘Marrelân’ (2,9%) en ‘Sudergoa’ (1,8%).

In het coalitieakkoord dat in november 2013 tussen FNP en CDA werd afgesloten is echter opgenomen toch voor De Fryske Marren te kiezen, dus in weerwil van het resultaat van de peiling. De Friese regionalistische partij FNP werd bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 de grootste en maakte van een Friese naam een breekpunt in de coalitieonderhandelingen. Coalitiepartner CDA stemde bij deze onderhandelingen in met een toekomstige naamswijziging naar de Friese variant.

FNP verdedigt haar keuze met de stelling dat, als rekening wordt gehouden met eigen voorstellen van de bevolking in de naamspeiling, ‘53% voor een Friese naam gekozen had’ en in het programma duidelijk aangegeven stond dat de partij voor een Friese naam was. Op 23 april 2014 nam de nieuwe raad met 19 stemmen voor en 12 tegen het besluit dat de naam met ingang van 1 juli 2015 gewijzigd zou worden.

Deel 2: De Omgevingswet en de gemeentelijke bouwtaken van Omgevingsdiensten

Leidt de Omgevingswet tot een hernieuwde discussie over het takenpakket en de positie van Omgevingsdiensten (OD’s)? Het zou zo maar kunnen. Maar wat is de situatie anno 2017? Arena Consulting onderzocht de aard en omvang van het takenpakket van de OD’s in Nederland. In een aantal korte publicaties informeren we u hierover. In de eerste publicatie gingen we in op het takenpakket van omgevingsdiensten in relatie tot de Omgevingswet. In deze – tweede – publicatie gaan we in op de gemeentelijke bouwtaken en in welke mate deze door Omgevingsdiensten worden uitgevoerd. In de volgende publicaties staan we stil bij in ieder geval de omzet, de ontwikkeling, het toekomstperspectief van OD’s. 

Laat ons weten als u vragen, opmerkingen of toevoegingen heeft. Dan verwerken we dit in de komende publicaties. 

Lees hier deel 1 van het artikel – De Omgevingswet en het huidige takenpakket van Omgevingsdiensten

Lees hier deel 3 van het artikel – De Omgevingswet en de omzet van Omgevingsdiensten

In de eerste publicatie constateerden we dat er grote verschillen bestaan in het takenpakket van de Omgevingsdiensten (OD’s) en stonden we stil bij de vraag of dit erg is. De helft van alle OD’s zijn vooral milieudiensten. De andere helft verrichten ook de overige Wabo-taken en/of provinciale VTH taken (op terrein van natuur, water e.d.). Slechts drie OD’s kunnen zich – op basis van het takenpakket – volledige Wabo-brede Omgevingsdiensten noemen. 15% van de Nederlandse gemeenten heeft naast de VTH-milieutaken ook de overige VTH-Wabo-taken (in het bijzonder de VTH-bouwtaken) aan de OD opgedragen.  Wat voor type gemeenten hebben dit gedaan?

  • De grote steden als Amsterdam, Arnhem, Dordrecht en Nijmegen.
  • Een beperkt aantal middelgrote gemeenten (o.a. Gouda, Ede, Wageningen).
  • Voor de rest de kleine gemeenten

Hierin is moeilijk een patroon uit af te leiden. In geval van Amsterdam, Dordrecht en Gouda hadden zij hun taken al bij de regionale milieu- en bouwdienst ondergebracht voordat de oprichting van de OD een verplichting werd. Dit geldt niet voor de gemeenten Arnhem, Nijmegen, Ede en Wageningen. Deze gemeenten maken deel uit van de OD’s die samen het Gelders Stelsel vormen. Blijkbaar gaat hiervan een stimulerende werking uit als het gaat om ook Wabo-brede taken in te brengen.

Er leeft nog wel eens het beeld dat veel gemeenten hun bouwtaken bij de OD’s hebben belegd. Dat valt dus wel mee (of tegen, afhankelijk hoe je dit waardeert). Zeker als je rekening houdt met gegeven dat van in totaal 59 ook de gemeenten in de netwerk RUD Limburg Noord zijn meegenomen; in deze regio vindt onderlinge uitwisseling van taken of capaciteit plaats indien hier noodzaak toe is. De VTH-Wabo-taken (dit dus breder dan alleen de bouwtaken) maakt 8% uit (€ 36 mln) van de totale omzet van de OD’s in Nederland.

Even een grove berekening. Stel, de OD’s voeren voor € 25 mln aan bouwtaken uit. De bouwleges bedragen € 390 mln. Niet alle bouwtaken mogen worden bekostigd uit de bouwleges en de leges zijn niet in alle gemeenten 100% kostendekkend. Laten we dan aannemen dat de omvang van de gemeentelijke bouwtaken ongeveer € 500 mln is. Volgens deze berekening wordt dan 95% van de bouwtaken door gemeenten uitgevoerd en slechts 5% door de OD’s.
Misschien was in de afgelopen jaren juist een toename van het aantal gemeenten dat hun bouwtaken heeft ingebracht in de OD? Deze ontwikkeling is echter niet te zien. Op een enkele uitzondering na, is het gemeentelijke takenpakket van de OD’s niet gewijzigd sinds de oprichting. Dit heeft te maken met:

  1. De ruimte en het sentiment waren niet aanwezig. Veel OD’s hadden de (noodzakelijke) focus op het op orde krijgen van de interne organisatie. Er was veel ‘intern’ werk te doen; qua financiën (sluitende begrotingen), bedrijfsprocessen en informatievoorziening (adequate registraties en zaakgericht werken), qua personeel (‘cultuurvorming’), het komen tot een stabiel governance model (rol en positie directie/bestuur, invulling opdrachtgeverschap en accountmanagement).
  2. Het achterwege blijven van de wettelijke verplichting van de kwaliteitscriteria kritieke massa voor alle Wabo-VTH-taken heeft de discussie over ook ‘uitplaatsen’ van bouwtaken doen verstommen.
  3. De pas op de plaats die is gemaakt als gevolg van onzekerheid en onduidelijkheid over toekomstige wetgeving. De Wet private kwaliteitsborging “bleef hangen” (en inmiddels niet door de 1e Kamer aangenomen) en gemeenten hebben nog geen grip op wat de Omgevingswet voor het takenpakket en de rol van de OD’s betekent.

Ja, dat is wel de verwachting als het gaat om de wijze waarop de taken moeten uitgevoerd; er moet een omslag van taakgericht naar resultaatgericht plaatsvinden. Adviseren i.p.v. autonoom uitvoerend, beleidssensitief ipv beleidsneutraal, maatwerk ipv uniformiteit zijn hierbij de richting.
Ja, er komt een verschuiving in het takenpakket omdat expliciete toestemmingsvereisten (vergunningen) steeds minder nodig zijn. Toezicht en handhaving zal een zwaarder accent krijgen.
Of het takenpakket ook uitgebreid gaat worden met extra gemeentelijke taken, bijvoorbeeld bouwtaken, valt nog te bezien. Het zal sterk afhangen of de OD’s de huidige dienstverlening op orde te hebben, of de wet private kwaliteitsborging nog een vervolg krijgt en in hoeverre OD’s in staat zijn aan te haken bij ‘het gemeentelijk VTH-proces van de Omgevingswet’ en daarbij behorende vaardigheden. Uitvoering VTH-bouwproces vraagt immers een fundamenteel andere werkwijze dan een VTH-milieuproces. En de Omgevingswet doet daar nog eens een schepje bovenop.

Meer informatie:

Frank van Nijkerken

Lees hier deel 1 van het artikel – De Omgevingswet en het huidige takenpakket van Omgevingsdiensten

Lees hier deel 3 van het artikel – De Omgevingswet en de omzet van Omgevingsdiensten