Skip to main content

Auteur: john

Optimalisering VTH-beleidscyclus provincie Fryslan

Om tot een verbeterde wisselwerking tussen sturing van beleid en VTH-uitvoering te komen is een traject van optimalisatie van het beleidsproces uitgevoerd. Deze bestaat uit het professionaliseren van de provinciale BIG8-cyclus mede in relatie tot bestuurlijke doelen, ontwikkeling van prestatie-indicatoren op alle VTH gebieden en advies over eenduidigheid en gebruik van het begrip naleefgedrag.

Impactanalyse heroverweging VTH-bouwtaken Nijmegen

De gemeente Nijmegen overweegt de VTH-bouwtaken niet langer door de OD Regio Nijmegen uit te laten voeren. Ten behoeve  van de collegebesluitvorming hierover is een impactanalyse uitgevoerd om inzicht te krijgen in de financiële en organisatorische gevolgen van het terughalen en invlechten in de Nijmeegse organisatie.

Provinciale stimuleringsaanpak voor opschaling energietoezicht in Utrecht

De provincie Utrecht stelt 1,5% energiebesparing per jaar bij bedrijven ten doel. Energietoezicht bij bedrijven is één van de manieren om deze doelstelling te realiseren. De uitvoering van het toezicht in de provincie Utrecht loopt achter in vergelijking tot andere delen van Nederland. In kaart is gebracht welke stimuleringsmogelijkheden de provincie Utrecht heeft om tot opschaling en versnelling van het energietoezicht te komen en op basis van scenario’s is de voorkeursaanpak uitgewerkt.

Doorontwikkeling governance en VTH-samenwerking regio Twente

In regio Twente werken 14 gemeenten, de provincie, de Omgevingsdienst Twente en diverse ketenpartners samen in de VTH-opgave. Vanuit een evaluatie is er de wens om tot verbetering van de VTH-samenwerking in brede betekenis te komen, d.w.z. op alle niveaus en zowel in het besturingsmodel als het samenwerkingsmodel. Een specifiek aandachtspunt daarbij is de borging van de (regionale) resultaten uit het implementatieproces Omgevingswet.

Beleidsvisie Fysieke Leefomgeving voor Opmeer

De gemeente Opmeer wil met een ‘Beleidsvisie fysieke leefomgeving’ een stap zetten richting Omgevingswet. Nog niet als volledig integrale Omgevingsvisie, maar een visie die de gemeentelijke doelstellingen in de fysieke leefomgeving aan elkaar verbindt en de ambities ten aanzien van bouwen, brandveiligheid, milieu en overige duurzaamheidsthema’s concreet maakt. Hiermee worden beleidskaders voor Wabo vergunningverlening, toezicht en handhaving, alsmede voor milieu en duurzaamheid samengevoegd, wordt geanticipeerd op een volledige inhoudelijke integratie van beleid en wordt ervaring opgedaan met het proces om op termijn te komen tot een gemeentelijke Omgevingsvisie.

Arena Consulting ondersteunt de gemeente bij het uitwerken van de visie. Deze bestaat uit twee delen:

  1. integrale gemeentelijke visie, prioriteitstelling en doelstellingen over bouwen, brandveiligheid, milieu en andere duurzaamheidsthema’s (strategisch beleid). Het beleid geeft inzicht in de bijdrage die burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties de komende vier jaar van de gemeente kunnen verwachten ten aanzien van bouwen, brandveiligheid, milieu en andere duurzaamheidsthema’s, alsmede de verwachtingen hierover die de gemeente heeft van haar burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties.
  2. de wijze waarop (tactisch en operationeel beleid) vergunningverlening, het toezicht en de handhaving binnen de fysieke leefomgeving bijdraagt aan de gemeentelijke doelstellingen. Het betreft doelstellingen ten aanzien van bouwen, brandveiligheid, milieu en andere duurzaamheidsthema’s, maar ook doelstellingen voor de fysieke leefomgeving uit aanpalende beleidsvelden. Met dit VTH-beleid prioriteert het college haar inzet voor de komende vier jaar en geeft ze de kaders mee voor de uitvoering van de preventie, de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving in de fysieke leefomgeving.

Meer informatie:

John Rayer

 

 

Gemeente Stein – Analyse private kwaliteitsborging bouwen

De Tweede Kamer besluit binnenkort over het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Met de Wkb verschuift bij nieuwbouw de toetsing aan en het toezicht op bouwactiviteiten van gemeenten naar marktpartijen. Voor gemeenten heeft dit grote impact: een deel van de werkzaamheden valt weg en de inkomsten uit leges worden fors minder. In de praktijk leidt dit laatste nog tot de grootste uitdagingen. Leges van bouwactiviteiten worden immers bij vrijwel alle gemeenten ingezet om overige werkzaamheden in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te dekken. Het wegvallen van deze leges leidt dus bij alle gemeenten tot een verhoogde druk op de financiering achter de toetsing en het toezicht van de Wabo.


Met de Wkb krijgt de gemeente een andere rol, waardoor het bouw- en woningtoezicht bij nieuwbouw gefaseerd komt te vervallen en wordt vervangen door een stelsel van private kwaliteitsborgers, die opereren binnen door de overheid opgestelde regels. Met andere woorden: marktpartijen gaan zelf de kwaliteitstoetsing van het bouwen verzorgen. Het wetsvoorstel heeft tot doel om de kwaliteit van bouwwerken nog meer dan nu te verbeteren en moet meer zekerheden bieden aan opdrachtgevers. Dit wetsvoorstel past binnen de ontwikkelingen rond de Omgevingswet: de rol van de gemeente verschuift van technisch toetser naar regisseur van planprocessen.

In opdracht van de gemeente Stein heeft Arena Consulting een analyse uitgevoerd om de gevolgen van de Wkb voor de gemeente te onderzoeken. De gevolgen zijn zowel kwantitatief bekeken met het Wkb-rekenmodel (formatief/uren en leges/kosten/opbrengsten), als kwalitatief (werkprocessen, deskundigheden, competenties, legesverordening). De analyse heeft geleid tot enkele scenario’s voor de invulling van de taakverschuiving.

Meer informatie:
John Rayer

Gelderse Omgevingsdiensten in Binnenlands Bestuur

[vc_row][vc_column][vc_column_text]In het blad Binnenlands Bestuur van 5 oktober is een uitgebreid artikel opgenomen over het programma Informatievoorziening Gelderse Omgevingsdiensten (I-GO). De zeven omgevingsdiensten ontwikkelen gezamenlijk een database met object-, zaak- en documentgegevens van de milieuhinderlijke bedrijven in Gelderland. Arena Consulting levert in de persoon van John Rayer de programmamanager voor I-GO.

[/vc_column_text][vc_single_image image=”1226″ img_size=”large” alignment=”center” onclick=”img_link_large” img_link_target=”_blank” image_hovers=”false”][/vc_column][/vc_row]

Roadmap kwaliteitscriteria RUD Noord-Holland Noord

De RUD Noord-Holland Noord werkt hard aan kwaliteitsverbetering. Dat doet ze al sinds haar oprichting op 1-1-2014. Per 1-1-2015 wil de RUD aan de kwaliteitscriteria 2.1 voldoen. Aan Arena Consulting heeft de RUD gevraagd om de verbeteracties die nodig zijn om te voldoen aan de eisen op gebied van kritieke massa en procescriteria in beeld te brengen. We hebben dit gedaan in een Roadmap. Daarin staan de verbeteracties, de weg daar naar toe en de benodigde middelen.


Bij de kwaliteitscriteria is het vaak lastig om te identificeren voor welke criteria gemeenten zelf verantwoordelijk zijn en welke criteria door de RUD dienen te worden opgepakt. Vaak zit hier ook overlap tussen. In de Roadmap hebben we hiervan een helder beeld geschetst. Daarbij hebben we ook gesignaleerd dat het effectief en efficient is wanneer RUD en gemeenten intensief samenwerken als er overlap is.

In deze opdracht hebben we onze zeer brede ervaring op het gebied van omgevingsdiensten, RUD’s en intergemeentelijke samenwerking ingezet.

Meer informatie:
Ronald van den Boom
John Rayer

Organisatie voor optimaal opdrachtgeverschap voor Omgevingsdiensten

In Gelderland is een stelsel van Omgevingsdiensten gevormd en zijn door alle gemeenten en de provincie de basistaken belegd bij deze uitvoeringsdiensten. Over de uitvoering van deze taken zijn afspraken vastgelegd in onder meer dienstverleningsovereenkomsten en uitvoeringsprogramma’s.

Om voldoende kwaliteit te kunnen garanderen zijn de meer specifieke taken belegd bij één van de zeven uitvoeringsdiensten. Voor de taken die de provincie als bevoegd gezag in de omgevingsdiensten heeft belegd is zij de opdrachtgever voor de omgevingsdiensten. Als opdrachtgever bewaakt de provincie dat de doelstellingen uit onder meer het Gelders Milieu Plan 4, het Waterplan Gelderland en de Natura2000 beheerplannen worden gerealiseerd. De wijze waarop de provincie deze rol wenst in te vullen is verwoord in een afsprakenkader tussen provincie en omgevingsdiensten en in een visie op opdrachtgeverschap. De uitvoering hiervan is onder meer gematerialiseerd in de dienstverleningsovereenkomsten en de inrichting van een ‘opdrachtgeversteam’ binnen de provinciale afdeling Natuur en Leefomgeving.

De kwaliteit van het stelsel als geheel is afhankelijk van de kwaliteit die ieder van de partijen levert. Bij de landelijke evaluatie in 2014 zal de kwaliteit van het Gelders stelsel, dat met zeven omgevingsdiensten binnen drie veiligheidsregio’s een uitzonderingspositie heeft, met bijzondere aandacht worden bekeken. De provincie voelt daarin haar verantwoordelijkheid om de kwaliteit van het stelsel als geheel te bewaken. Naast de rol die het opdrachtgeversteam heeft voor haar bevoegd gezag taken, heeft dit team de taak de vergunningverlening- en handhavingssamenwerking te bewaken.

De provincie Gelderland heeft Arena Consulting gevraagd het opdrachtgeverschap richting de omgevingsdiensten verder te optimaliseren. Dit met het accent op het strategisch beleid van de provincie, bestuurlijke advisering en organisatorische inbedding. De opdracht wordt nog in 2014 afgerond.

Meer informatie
John Rayer

Samenwerking en centrale sturing cruciaal voor succesvolle RUD

[vc_row][vc_column][vc_column_text]De omgevingsdiensten (RUD’s) missen een gezamenlijk platform om regie en sturing te geven aan de noodzakelijke standaardisatie. Dit is een logisch gevolg van het feit dat de focus van de omgevingsdiensten tijdens de kwartiermakersfase vooral gericht was op de besturing en inrichting van de eigen organisatie. Ondanks het homogene takenpakket van de omgevingsdiensten constateren de onderzoekers een grote diversiteit in de manier van organiseren. De ingerichte processen en werkwijzen van de omgevingsdiensten zijn vooral gebaseerd op de ervaringen van deelnemende gemeenten en provincie. Er is tot op heden beperkte aandacht voor een gedeelde Informatievisie en gezamenlijke Informatiearchitectuur. Een gevolg daarvan is dat het delen van (handhavings)informatie tot op heden beperkt is. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Slimme RUD-samenwerking met ICT’, uitgevoerd door Telengy en Arena Consulting.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Effectiviteit bestuurlijke strafbeschikking milieu (BSBm)

Sinds mei 2012 bestaat de wettelijke mogelijkheid om bij overtreding van een aantal milieuregels door het bestuur een bestuurlijke strafbeschikking milieu (BSBm) op te leggen. Dit instrument is bedoeld om op een eenvoudige manier een ‘snelle tik’ uit te delen voor kleinere overtredingen van het omgevingsrecht.

Om de BSBm te kunnen toepassen zijn o.a. een intensivering van de opleiding van de bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) en afspraken met het bevoegd gezag nodig. Maar wat draagt de BSBm bij aan de effectiviteit van de handhaving? Arena Consulting onderzocht in opdracht van de provincie Noord-Holland de voordelen en nadelen van de toepassing van de BSBm.


Meer informatie:
Frank van Nijkerken
John Rayer

Regionale analyse kwaliteitscriteria

De kwaliteitscriteria 2.1 vormen een normenkader voor de vergunningverlenende, toezicht houdende en handhavende organisaties binnen het Omgevingsrecht. De criteria dienen nog als referentiekader; in de toekomst worden ze in de wet opgenomen en dient o.a. iedere gemeente, provincie, RUD en extern adviesbureau hieraan te voldoen. De gemeenten in Limburg-Noord hebben Arena Consulting gevraagd hun organisaties te spiegelen aan deze norm. Door dit op een uniforme manier te doen, wordt een regionaal beeld verkregen.

Meer informatie:
John Rayer

Omgevingsweg: Op weg naar de Omgevingswet 2023

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Omgevingsweg: Omgevingswet 2022 uitgesteld, meer weten? Bekijk ons Omgevingswet dossier. Wellicht kunnen wij u verder helpen met uw vraag. Neem gerust contact met ons op.

Nieuwe inwerkingtredingsdatum Omgevingswet: 1 januari 2023

[/vc_column_text][vc_btn title=”Meer weten over de Omgevingswet 2023″ color=”warning” link=”url:https%3A%2F%2Farenaconsulting.nl%2Fdossiers%2Fdossier-omgevingswet%2F|||”][vc_column_text]

De Omgevingswet (omgevingsweg) is een majeure veranderopgave voor alle betrokken overheidsorganisaties.

Arena Consulting adviseert gemeenten, omgevingsdiensten, provincies en waterschappen bij het inzichtelijk maken, vertalen en implementeren van de veranderopgaven naar concrete keuzes en stappen voor de eigen organisatie en voor de samenwerking in de regio. Arena consulting kan u helpen bij de volgende verandervraagstukken:

  • Hoe stel ik een omgevingsvisie en -plan op?
  • Hoe kan ik met de Omgevingswet mijn dienstverlening verbeteren?
  • Is mijn interne organisatie kwalitatief en kwantitatief klaar voor de Omgevingswet 2022 uitgesteld?
  • Hoe breng ik mijn VTH-processen en -instrumentarium in lijn met de Omgevingswet?
  • Wat betekent het Digitaal Stelsel Omgevingswet voor mijn organisatie?
  • Wat is nodig voor een adequate samenwerking met mijn keten- en uitvoeringspartners?

Uitstel omgevingswet 2022

Een nieuwe inwerkingtredingsdatum vraagt ook om een nieuwe planning van de werkzaamheden. Het is een goed moment om eens te kijken hoe een gemeente er voor staat qua resultaten, voortgang en vervolgplanning. Wat is al gebeurd of zelfs al afgerond en welke werkzaamheden moeten nog gebeuren? Vanuit de VNG is een lijst met minimale acties en een roadmap beschikbaar die een goed beeld geven van wat nodig is. Verder heeft elke gemeente eigen ambities vastgesteld.

Review Omgevingswet (Omgevingsweg)

Op basis van een volledig beeld van waar de gemeente op dit moment staat met de implementatie kan een goede planning voor het vervolg gemaakt en in gang worden gezet. Wij hebben ruime ervaring met een dergelijke reviews. Daarbij kijken we naar:

  • de gemeentelijke ambitie en in hoeverre deze wordt gehaald
  • de minimale acties
  • de voorbereidingen op het digitaal stelsel
  • de instrumentele kant
  • de mindset en skills (anders werken)
  • de beheersing van het implementatieprogramma Omgevingswet 2022.

Tenslotte stellen we desgewenst een herijking van het plan van aanpak op.

Koersvast in roerige tijden

Door de coronamaatregelen ondervinden gemeenten negatieve financiële gevolgen. Inkomsten staan onder druk en uitgaven, aan bijvoorbeeld bijstand, stijgen. Bij het bestuur en management  kan een ‘zoekvraag’ spelen naar effectieve inzet van mensen en middelen. En de vraag van de invloed van het uitstel van de invoeringsdatum. Een ‘review Omgevingswet’ biedt duidelijkheid in de implementatiekoers voor de komende jaren. Zowel qua ambitie, inhoud, tempo en de middelen die daarvoor nodig zijn.

Interesse in een ‘Review Omgevingswet 2022’?

Neem contact op met Jos Dolstra: dolstra@arenaconsulting.nl of 06-23851989. Lees meer over de Omgevingswet op www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl.

#Omgevingsweg #Omgevingswet2022 #omgevingswet2023[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

RUD’s on the (long) run…

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Onderstaand artikel is het derde van een drieluik met artikelen over de RUD’s. In het eerste artikel gaven we suggesties voor haalbare besluitvorming van de RUD’s. In het tweede artikel gaan in op het slim inrichten van de RUD’s en presenteren we interessante innovaties en aandachtspunten. Dit slotartikel schetst mogelijke ontwikkelingsperspectieven van de RUD.

De komende maanden worden spannend voor de RUD-vorming. Niet zozeer omdat de staatssecretaris blijft dreigen met ingrijpen als het onvoldoende vlot of volgens de landelijke kaders gaat. Wel omdat in de verschillende regio’s de meer fundamenteel de vraag moet worden beantwoord: “gaan we (nu) op deze weg door?”

Op zichzelf wordt de bundeling van de uitvoering van de VTH-taken (los van de vorm en de exacte reikwijdte) niet of nauwelijks betwist. Het wordt vooral spannend vanwege de financiële en strategische aarzelingen bij bestuurders en de lokale politiek.[/vc_column_text][vc_accordion active_tab=”false” collapsible=”yes” title_size=”h6″ style=”2″][vc_accordion_tab title=”Financiële en strategische aarzelingen”][vc_column_text]De financiële aarzeling zit in de combinatie van de (soms forse) investeringen en afschrijvingen, financiële taakstellingen (in brede zin) en de vorming van aparte BRZO-RUD’s. Hierdoor zijn het afgelopen half jaar de kosten en de baten in een wat ander perspectief zijn komen te staan. Investeringen en afschrijvingen (frictie- en desintegratiekosten) zijn bestuurlijk moeilijk te rijmen en/of politiek te verantwoorden met de (aantoonbare) winst in kwaliteit. Zeker voor de komende drie tot vier jaar (zeg maar een raadsperiode). Dit nog los van de vraag of dergelijke investeringen en afschrijvingen de toets van de Wet Houdbaarheid overheidsfinanciën (Wet Hof) wel zouden doorstaan.

De strategische aarzeling zit vooral in de vraag of je nú een RUD moet gaan oprichten en volledig en in detail moet inrichten. Dat wil zeggen, los van een aantal andere majeure ontwikkelingen. Denk daarbij zowel aan de komst van de Omgevingswet (waarschijnlijk pas in 2018, maar toch), de beoogde decentralisaties in de Jeugdzorg en (zeer waarschijnlijk) de Awbz én de hernieuwde discussie over integrale schaalvergroting van de gemeentelijke organisatie (lees: nieuwe herindelingsrondes). Oftewel: er gaat waarschijnlijk veel op de schop bij gemeenten en daar wil je als bestuur en directie wel een beetje samenhangend mee omgaan. Bestuurlijk, organisatorisch en financiëel.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][vc_accordion_tab title=”Welke weg gaat het op?”][vc_column_text]Dat er RUD’s komen staat dit op zichzelf allemaal niet in de weg. Wanneer, in welke vorm (en met welke opdracht en positie) en de toekomstbestendigheid van de RUD’s wel. De aarzelingen bepalen mede wélke weg de RUD’s opgaan. Het risico bestaat dat bij het go/no go vooral de praktische korte termijn (lees: financiële) afweging de doorslag zal geven. Het worden dan sobere organisaties, met een beperkt pakket maar wel een forse financiële taakstelling. Dat zou jammer zijn. Enerzijds omdat het voorspelbaar is dat er over vier tot vijf jaar een nieuwe transformatie nodig zal blijken. Anderzijds omdat juist RUD’s een proeftuin kunnen zijn voor innovatie in organisatie en de samenwerking bij de uitvoering van overheidstaken. Daarbij ook als voorbeeld dienend voor andere opgaven. Misschien niet zozeer inhoudelijk, maar wel qua manier van slim organiseren en samenwerken én hoe daar (zowel door het rijk als de gemeenten zelf) regie op te voeren. En daar zijn – is ook wel iedereen het over eens – de nodig lessen te leren!

Hoe zien de RUD’s  er over laten we zeggen 10 jaar uit? Natuurlijk is het speculeren, maar we kunnen wel met zekerheid stellen dat deze RUD’s er qua taakstelling, positie, profiel, werkwijze (alleen al qua gebruik van ICT) behoorlijk anders uit moeten zien dan de bedrijfsplannen nu suggereren. Een aantal mogelijke scenario’s.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][vc_accordion_tab title=”Scenario 1: Efficiënte uitvoeringsorganisatie”][vc_column_text]In een eerste scenario staan de doelmatigheid en de verlaging van de kosten van de uitvoering van overheidstaken centraal bij de doorontwikkeling van de RUD’s. Gelet op de financiële scenario’s voor het komende decennium (te realiseren bezuinigingen, hoge druk op de uitgaven door zorgkosten, onzekere inkomsten, aanscherping financiële regels, waaronder de Wet Hof etc.) zullen de RUD’s zich vooral moeten waarmaken als de ultieme manier om de VTH-taken zo efficiënt mogelijk uit te voeren.

De doelmatigheid en kostenbesparing worden niet alleen gerealiseerd door een strakke bedrijfsvoering maar ook door het extreem doorvoeren van ‘het nieuwe werken’ en innovaties in de dienstverlening en de aanpak van het toezicht en de handhaving. De kostenreductie zit vooral in het terugdringen van de personele en materiële overhead (klein eigen kantoor, gebruik van bestaande faciliteiten etc.)  en vergaande digitalisering van de interne en externe processen. Alhoewel op papier sprake is van één organisatorische eenheid en een eenhoofdige leiding, zal de besturing van de organisatie meer lateraal dan hiërarchisch plaatsvinden. Bij de ondersteuning, vooral op het vlak van administratie en ICT- en applicatiebeheer, vindt vergaande outsourcing plaats. Deels ook over de grens.

Het is niet uit te sluiten dat de lijn die voor de VTH-taken wordt kozen, ook wordt gekozen voor andere taakonderdelen (zorg, uitkeringen, begeleiding uitkering naar werk) of stafdiensten (P&O, ICT, belastingen, juridische zaken, bedrijfsvoering). Uiteraard met voldoende loket en ‘carrousels’ om ervoor te zorgen dat het klantcontact en expertise in huis voldoende blijven.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][vc_accordion_tab title=”Scenario 2: Effectieve omgevingswinst”][vc_column_text]In een tweede scenario staat het oorspronkelijke doel van (of in elk geval de aanleiding voor) de RUD-vorming centraal: het meer zicht en grip krijgen op de grootste milieu (omgevings)risico’s en ‘milieuboeven’. De RUD’s worden gespecialiseerde diensten die zich vooral met de complexere taken bezig houden en daar van het bestuur ook een behoorlijk mandaat voor hebben.

De organisatie van de uitvoering van ‘commodity’s’ (zeg maar min of meer routinematig zaken) vindt naar eigen inzicht van het bevoegd gezag plaats: binnen de eigen organisatie, door marktpartijen, door een met enkele buurgemeenten gedeelde backoffice, door marktpartijen of door de RUD. Prijs bij een gegeven kwaliteit voor deze taken de meest bepalende factor voor de wijze van organiseren.

De kerntaken van de RUD’s liggen bij de vergunningplichtige bedrijven en activiteiten, het zicht en grip houden op milieucriminaliteit en het fungeren als specialistische backoffice van de gemeenten, provincies en deels waterschappen. Daarnaast spelen de RUD’s een belangrijk rol als ‘onafhankelijk’ toezichthouder op de openbare ruimte in het perspectief van de nieuwe Omgevingswet. Het bestuur zal daarbij minder op de regulerende en meer op de faciliterende en regie-voerende stoel komen te zitten. De RUD houdt er toezicht op – en levert contraexpertise – dat de ruimtelijke kwaliteit als geheel is geborgd of verbetert bij nieuwe initiatieven.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][vc_accordion_tab title=”Scenario 3: Regionaal bedrijvenloket”][vc_column_text]In het derde scenario ontwikkelen de RUD’s zich primair tot regionaal bedrijvenloket. De RUD wordt de frontoffice voor de dienstverlening naar professionele aanvragers en initiatiefnemers als het gaat om de Omgevingsvergunning. De RUD is gemandateerd om namens het bevoegd gezag te beschikken op vergunningaanvragen en handhavend op te treden.

De RUD’s delen de huisvesting met (onderdelen van) andere organisaties die voor een full-service rond het beheer van de leefomgeving door bedrijven van belang zijn. Dat wil zeggen onderdelen van de brandweer, bedrijfsmilieudiensten, een loket voor de kamer van koophandel en een informatie en innovatiecentrum als het gaat om nieuwe toepassingen en ontwikkelingen in omgevingsbeheer.

Voor zaken die burgers aangaan is de RUD de backoffice voor de gemeente. In de relatie tussen gemeenten en RUD wordt invulling gegeven aan het nieuwe werken: flexibele werkplekken zodat RUD-medewerkers daar aanwezig kunnen zijn waar het werk zit.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][vc_accordion_tab title=”Scenario 4: Ontwikkeling, realisatie en beheer van de (leef)omgeving”][vc_column_text]Een vierde scenario worden RUD’s integraal verantwoordelijk voor de uitvoering van de Omgevingswet, dat wil zeggen ontwerp, realisatie en beheer van de leefomgeving. De RUD’s opereren volgens een DBM(F)-principe dat ook bij de infrastructuurprojecten wordt toegepast. Dat heeft tot gevolg dat bij de RUD’s niet alleen de gebundelde capaciteit zit voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH), maar ook voor de planvoorbereiding en projectmanagement (ruimtelijke projecten, infrastructuurprojecten) én het beheer van de leefomgeving. De bedrijfsvoering voor de uitvoeringstaken, met name de beheerstaken, is vergaand verzakelijkt. Op onderdelen heeft – met het oog op flexibliteit – outsourcing plaatsgevonden.

Het bestuur stelt de beleidsmatige en juridische kaders voor de Omgevingskwaliteit vast in een Omgevingsvisie en in de Omgevingsverordening. Daarbinnen ontwikkelt en beheert de RUD de leefomgeving in opdracht van het (lokale en/of regionale) bestuur. Zowel in termen van voorzieningen en onderhoud als in termen van regulering, toezicht en handhaving. De RUD adviseert het bestuur als vanuit de samenleving ontwikkelings-initiatieven worden genomen over ontwikkelingsmogelijkheden en risico’s.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][vc_accordion_tab title=”Perspectief?”][vc_column_text]Welk scenario het wordt of moet worden? Ik waag daar vooralsnog geen voorspelling in te doen. Zeer waarschijnlijk is dat er RUD’s met verschillende accenten komen, afhankelijk van specifieke opgaven, bestuurlijke ambitie, praktische mogelijkheden en uiteraard de historie en vertreksituatie.

De keuzes in 2012/2013 worden gemaakt zullen zeer bepalend zijn voor de marges die de ontwikkeling van RUD’s het komende decennium kunnen doormaken. Met name ook omdat de RUD’s de komende jaren veel tijd en energie zullen moeten gaan stoppen in het uitlijnen van de organisatie. Dat zal weinig ruimte laten voor nieuwe (ontwikkelings)sporen. Tenzij de ruimte daarvoor bewust wordt ingebouwd bij de implementatie.

Dit betekent dus dat bij de besluitvorming over de exacte inrichting van de RUD’s het hoogst onverstandig is om alles ‘op slot te zetten’. Het is geen overbodige luxe dat elke RUD minimaal een scenario-verkenning uitvoert naar de ontwikkelingsperspectieven op een tijdspanne van 10 jaar: wat zijn de algemene en regionale/lokale ontwikkelingen, met name ook buiten het VTH/taakveld omgevingsrecht? Welke implicaties kunnen deze hebben voor de rol en positie van de op te richten RUD? Wat willen we zeker een kans bied of niet uitsluiten? Wat betekent dat voor de ruimte die we moeten laten of zaken die we moeten voorsorteren bij de in de inrichting en uitlijning van de RUD de komende jaren?

Het betekent ook dat het rijk met een zekere zelfreflectie kijkt naar de vraag wat verstandig en effectief is in de regievoering de komende jaren.  Er zijn evident zeer veel omgevingsvariabelen in het spel. Deels worden die ook door het rijk zelf geïnitieerd. In directe relatie tot de RUD’s (zoals de Omgevingswet) maar deels ook geheel daarbuiten (zoals de decentralisatie van andere taakvelden).

In elk geval zal bij de regievoering het blauwdruk- en packagedeal denken bij het door ontwikkelen van de RUD’s weinig effectief en verstandig zijn. Focus waar het echt om gaat, kunnen wisselen van strategie, ruimte laten voor regionaal maatwerk (dooddoener, ik weet het) en vooral loskomen van de ‘law & order’ stijl van sturen.

De vraag is daarbij tot slot ook of deze regie nog wel bij een vakdepartement (zoals I&M) of vakprogramma  (zoals PUMA) moet liggen. VTH is de afgelopen decennia – ook bij de RUD-vorming –  steeds als een apart (probleem)dossier zien. Met de ontwikkelingen en context rond dit taakveld én de gemeentelijke taakstelling en organisatie in het algemeen, is dat nu niet meer mogelijk. Dit is ook de reden dat – voor het eerst in het dossier VTH – de gemeentesecretarissen een prominente rol zijn gaan spelen in het RUD-vormingsproces. Het lijkt dan ook niet meer dan logisch dat bij de verdere ontwikkeling van de RUD’s – en de inrichting van de samenwerking op terreinen als de Jeugdzorg en de WMO/Awbz – het ministerie van BZK de regie in handen neemt.[/vc_column_text][/vc_accordion_tab][/vc_accordion][vc_empty_space][vc_column_text]Meer info: John Smits[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Amersfoort – Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving 2011

Ruim twee jaar bestaat de nieuwe afdeling VTH van de gemeente Amersfoort. In deze periode is gewerkt aan het optimaliseren van de organisatie en uitvoering, waaronder ‘wabo-proof’ zijn, integratie van de verschillende disciplines, optimalisering van de beleidscyclus (o.a. jaarlijks een integraal handhavingsprogramma) et cetera. De context waarbinnen de afdeling VTH functioneert, is behoorlijk veranderd. De financiële en vervolgens economische recessie laat zijn sporen na.


Alle overheden – en daarmee ook de gemeente Amersfoort – krijgen te maken met minder inkomsten (rijksbijdrage gemeentefonds maar ook minder leges als gevolg van den ‘ingezakte’ bouwactiviteiten). Dit betekent een bezuinigings- of ombuigingsopgave, met gevolgen voor de intensiteit en diepgang van het toezicht en de handhaving.

De gemeente Amersfoort heeft Arena Consulting gevraagd het proces te begeleiden om tot een Handhavingsprogramma 2011 te komen. Daarvoor worden 3 stappen doorlopen. Eind oktober 2010 wordt in een overleg met vertegenwoordigers van de vijf toezicht- en handhavingsteams de reikwijdte, diepgang, structuur en inhoud op hoofdlijnen van het HUP2011 bepaald. Tevens bepalen we op welke wijze we tot bestuurlijke thema’s / prioriteiten komen, cq. op welke wijze we de bestuurders meenemen in onze gedachtevorming. Ter voorbereiding op het overleg verzorgt Arena een voorstel met keuzemogelijkheden.

De input van de teams wordt door Arena Consulting gebundeld en kritisch beoordeeld op onder meer de risicobepaling. Op basis hiervan wordt een eerste concept van het HUP opgesteld (voorzien van kop- en staart). Het concept wordt besproken met de teamvertegenwoordigers. Op dat moment vindt ook een afweging plaats van bestuurlijke prioriteiten (welke nemen we al dan niet op?). Na het aanleveren van de ontbrekende gegevens wordt als derde stap door Arena Consulting een definitief concept opgeleverd, voorzien van collegevoorstel.

Meer informatie:
John Rayer

Klik hier voor onze pagina over de gemeente Amersfoort.

IJsselstein – ICT Voorzieningen voor Wabo

De gemeente IJsselstein heeft de laatste jaren enkele stappen gezet om tot een meer integrale uitvoering van de vergunningverlening en het toezicht te komen. Hiervoor werd onder meer de nota Integraliteit van gemeentelijke vergunningverlening en handhaving geschreven. In 2008 wordt de taakuitvoering nog integraler. Dit mede gedreven door de Wabo. De ICT aspecten zijn in IJsselstein ondergebracht binnen het InformatieBeleidsPlan (IBP). Het voornaamste resultaat van het IBP voor het project Wabo is de aanschaf en implementatie van een vergunningregistratiepakket.


Dit pakket vervangt de huidige registratiepakketten (Provas en Menes) en wordt straks gebruikt door iedere medewerker die bij het vergunningproces betrokken is. Er wordt gestreefd om vanaf medio 2008 alle vergunningaanvragen met behulp van dit registratiepakket te behandelen.

Arena Consulting ondersteunde:

  • bij het opstellen van een programma van eisen Wabo (bestek)
  • de aanbesteding, waaronder de selectie van leveranciers voor een Wabo registratie pakket
  • bij de inbedding van het nieuwe VTH-registratiepakket in de organisatie
  • het vastleggen van de werkprocessen (administratieve organisatie) van de Wabo voor vergunningverlening en toezicht
  • het opstellen van de standaardbrieven Wabo
  • het opschonen van de gemeentelijke website
  • het realiseren van e-formulieren voor klachten, start bouw en gereed bouw

Tevens levert Arena Consulting procesbegeleiding om op 1 januari 2010 te voldoen aan de wettelijke eisen uit de Wabo.

meer informatie:
John Rayer

Klik hier voor meer informatie over de gemeente IJsselstein.

De gemeente Leudal heeft de Wabo gebruikt als vliegwiel.

De gemeente Leudal heeft de Wabo gebruikt als vliegwiel om de klantgerichtheid van de vergunningverlening, toezicht en handhaving te verbeteren. De Wabo (als wet) leidt tot diverse aanpassingen in procedures. Daarnaast worden binnen de gemeente in diverse werkgroepen gemeentespecifieke keuzen gemaakt, om de Wabo (als gedachte om de klantgerichtheid te verbeteren) te implementeren. Zowel de aanpassingen in procedures als de gemeentespecifieke ambities hebben gevolgen voor werkprocessen en werkwijzen. Er ontstaat als het ware één gemeentespecifieke werkwijze.

De gemeente heeft een herindeling achter de rug. Het proces achter de herindeling loopt nog. Medewerkers van de nieuwe gemeente werken volgens hun eigen werkwijzen (“zo deden we het ook altijd in Heythuysen”); er is nog geen sprake van één Leudalse werkwijze van vergunning verlenen, toezicht houden en handhaven. De werkwijzen (en daarmee culturen) van de vier samengevoegde gemeenten zijn nog zichtbaar. Discussies over de ‘nieuwe’ Leudalse werkwijzen leggen de verschillen tussen de gemeenten bloot. Soms leidt dit tot gevoeligheden; aanpassing van werkwijzen is voor velen een grote stap (“zo doen we het al jaren en het is nog nooit fout gegaan”). Het accepteren van andere werkwijzen en het werken volgens andere werkwijzen, vereist daardoor de nodige begeleiding.

Een van de gemeentelijke werkgroepen binnen het project Wabo is de werkgroep ‘Medewerkers’. Deze werkgroep heeft tot taak de medewerkers die betrokken zijn bij het proces van vergunning verlenen, toezicht houden en handhaven klaar te stomen voor de Wabo. Dit met als doel dat deze medewerkers adequaat omgevingsvergunningen kunnen verlenen, toezicht kunnen houden op deze omgevingsvergunningen en kunnen handhaven volgens de procedures en gemeentespecifieke werkwijzen. Hiervoor wordt in de 2e helft van 2010 door de gemeente een traject ingezet om de medewerkers van deze kennis en ervaringen te voorzien.

Meer informatie:
John Rayer

Klik hier voor meer informatie over de gemeente Leudal.

Eindhoven – Ontwikkeling milieumonitor

De ambtelijke verantwoordelijkheid voor een adequate uitvoering van de milieutaken in de gemeente Eindhoven berust bij de Sector Strategie van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer. Deze sector heeft een beleidsvormende, beleidsadviserende, beleidscoördinerende en beleidssturende rol bij het milieubeleid. In 2007 bleek de jaarcyclus van het milieubeleid niet volledig ‘gesloten’.


Voor de eigen ambtelijke organisatie, het bestuur en de klanten (burgers en bedrijven) is immers niet inzichtelijk in hoeverre de activiteiten uit het Activiteitenoverzicht gerealiseerd worden. Het deel van de schakel ‘verantwoording’ dat betrekking heeft op de activiteiten die door de eigen organisatie worden uitgevoerd, alsmede de gehele schakel ‘meting’ ontbreken.

De adviseurs van de Arena Consulting Group zijn gevraagd een milieumonitor te ontwikkelen en een nulmeting uit te voeren. De monitor wordt met name gebruikt om het ingezette beleid te toetsen op de mate van realisatie. Een monitor wordt ontwikkeld die:

  • de kwaliteit van beleidsdoelstellingen verhoogt,
  • de sturingsmogelijkheden voor het bestuur en/of het mogelijk maken van publiek debat verbetert en
  • het draagvlak en bewustwording vergroot door periodiek intern en extern te informeren en communiceren over het milieubeleid met behulp van feitelijke gegevens.

Meer informatie:
John Rayer

Klik hier voor meer informatie over de gemeente Eindhoven.

Schagen c.a. – Opgaven toekomstige vergunningenproces

Door de gemeenten Schagen, Zijpe en Anna Paulowna worden (in het kader van één ambtelijke (SETA) organisatie) diverse onderwerpen gezamenlijk opgepakt. Een van deze onderwerpen is de omgevingsvergunning. De drie gemeenten gaven Arena Consulting de opdracht om een analyse te maken van de opgaven voor het vergunningproces op het moment dat de gemeenten de samenwerking intensiveren, de Wabo (omgevingsvergunning) wordt ingevoerd en allerlei andere nieuwe (WKPB, Wet algemene besluiten Awb) en gewijzigde wetten (Wro, Wm, Woningwet) van kracht zijn.


Ook drie andere gemeenten in de Kop van Noord Holland (Niedorp, Wieringermeer en Harenkarspel) wensen zicht te krijgen op de gevolgen van deze veranderende wetten voor hun organisatie. Ook voor deze gemeenten voert Arena Consulting een vergelijkbare analyse uit. De resultaten van deze analyse zijn verwoord in één rapportage per gemeente, waarbij op diverse punten een vergelijking gemaakt wordt met de andere deelnemende gemeenten.

In de rapportages zijn de volgende punten uitgewerkt:

  • een overzicht van de activiteiten die ondernomen dienen te worden om tot een adequate verlening van omgevingsvergunningen over te gaan. Dit met een onderscheid tussen activiteiten die in samenwerking (schaalvoordeel) en individueel gerealiseerd kunnen worden.
  • een prioritering van deze activiteiten,
  • een indicatie van de inzet, doorlooptijd en kosten en
  • een uitvoeringsplan (stappenplan) om de activiteiten te realiseren.

Meer informatie:
John Rayer